Avonturen van een fietsende moeder

Kind in fietszitjeHet is donderdag. Dat houdt in dat ik een hele dag niet hoef te werken en de hele dag voor Thijmen mag zorgen. Is ook wel zo eerlijk, aangezien mijn lief wel moet werken en hij de andere 1,5 dag dat er geen opvang is al voor Thijmen zorgt. Maar dat betekent dus ook dat ik hem overal mee naartoe moet zeulen als ik weg wil. Tijdens zijn middagslaapje gaan is geen optie, omdat dat nou juist zo’n uitgelezen moment is waarop ik heerlijk achter de laptop weg kan kruipen om allerhande sociale media en blogs bij te werken.

Vanmorgen moest ik echt even naar het winkelcentrum. Het winterjasje dat ik voor Thijmen gekocht had, moest geruild voor een kleinere maat en ik moest nog een paar dingen regelen. Als rijbewijsloze moeder die te lui is om te lopen, ben je dan aangewezen op de fiets. Op zich een heel handige uitvinding, waar gelukkig talloze – al dan niet achterlijk dure – fietszitjes voor te koop zijn. Fietsminnend land als we zijn hebben we zelfs een o zo handige buggydrager uitgevonden. Nou had ik destijds de buggy er al op uitgezocht dat deze eenvoudig mee te nemen zou zijn op de fiets, maar ik had nog niet uitgetest of dit echt zo makkelijk was. Vanmorgen moest ik er dan toch echt aan geloven. Met hulp van mijn lief werd de buggy erop getakeld. Ik ben namelijk zo’n muts die werkelijk geen idee heeft hoe zoiets werkt. Kindlief in het zitje takelen lukte me nog wel alleen; de fietstas hing al aan de bagagedrager. Met kind voorop, ik in het midden en de buggy achterop fietste ik dapper weg.

Het eerste stuk ging het fantastisch. Zoonlief zat vrolijk te babbelen en ik kon lekker doortrappen. Helaas was het even verderop alweer nodig om een paar medeweggebruikers hartgrondig te vervloeken. Waarom zou je bij het oversteken tenslotte uitkijken of er iets aankomt? En waarom zou je doorrijden als je voorrang hebt? Ik moest naar links en er kwam mij een auto tegemoet. Had die auto gewoon doorgereden, dan had ik keurig achter hem langs kunnen fietsen en was er niks aan de hand geweest. Maar de bejaarde bestuurder had kennelijk dringend een nieuwe bril nodig, want er werd geremd en uitgebreid gekeken of er toch echt niks van rechts kwam. Waardoor ik ineens bijna stilstond… Het ging net goed.

Nu had mijn lief mij al gewaarschuwd dat ik mijn fiets in het rek moest zetten om te voorkomen dat het hele zaakje om zou lazeren. Alsnog vond ik het eng om Thijmen te laten zitten, dus met hem op de arm takelde ik de buggy eraf en klapte het ding uit. Dat ging nog verbazingwekkend goed. Het winkelcentrum doorbanjeren op zoek naar de juiste winkels was daarna echt een fluitje van een cent. De chagrijnige Telegraaf-verkoper kreeg zowaar een netjes ‘nee dank u’ van mij te horen in plaats van ‘nee dank u ik lees liever een echte krant / o ja ik moet toch mijn kattenbak nog verschonen’. Ik wist niet wat me overkwam. Maar ja, dan wordt het tijd om weer naar huis te gaan en het hele zooitje weer veilig op de fiets te laden. Was het afladen van de buggy makkelijk met kind op de arm, het erop takelen was een heel ander verhaal. Bijna had het ellendige ding ons geplet, maar met dank aan mijn uitstekende reactievermogen ging dat nog net goed.

Maar toen. Toen moest er worden opgestapt. Ik pas dus echt precíes tussen het zitje en het zadel door – uitstekende motivatie om niet teveel te snoepen. Eén centimeter meer buikomtrek en het past niet meer. Doe ik dat opstappen op precies de juiste manier, dan gaat het makkelijk en enigszins pijnloos. Doe ik dat op een ontzettend onhandige manier – zoals nu – dan gaat dat zeker niet pijnloos en al helemaal niet makkelijk. Sterker nog: ik dreigde mijn evenwicht te verliezen en met fiets en lading en al op de grond te sodemieteren. Wederom werden we gered door mijn reactiesnelheid. Met trillende benen fietste ik naar huis, waar manlief onze spruit uit het zitje haalde en ik de fiets weer veilig opborg in de schuur. Het was tijd voor lunch.

En Thijmen? Die had zich van alle stressmomenten van mama niets aangetrokken en heeft de hele tijd vrolijk zitten babbelen en lachen. Niet lief. Een beetje medeleven had ik wel op prijs gesteld.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top