Beugelbekkie, door Ingrid de Bruijn

‘Zo, en wanneer laat jij eens iets aan je tanden doen,’ klinkt een stem naast me langs de lijn van het voetbalveld. Pardon, sorry, heb ik iets gemist. ‘Heb je het tegen mij?’ ‘Ja, wanneer laat je eens wat aan je gebit doen?’ ‘Wat is er mis met mijn gebit?,’ vraag ik redelijk beledigd.

Onzinnige vraag. Er is van alles mis met mijn gebit en degene die dat het beste weet ben ik zelf. Ja en mijn tandarts natuurlijk. Toch is het niet eerlijk, denk ik. Thuis was ik vroeger degene die nooit snoepte. Mijn vader en broer snoepten zich een slag in de rondte en hadden nooit, maar dan ook nooit, eens gaatjes. Ik hoefde maar naar een verpakking van een zak drop te kijken en de tanden sprongen spontaan uit mijn mond. Bij de schooltandarts heb ik wat af geleden: wanneer die bus aan kwam rijden kreeg ik al kramp in mijn kaken. ‘Open die mond,’ echt aardig waren ze nooit. Volgens mij is er menig tandartssyndroom ontstaan in die bus.

‘Ach kijk eens aan, weer wat gaatjes. Zo jongedame, dat gaat niet de goede kant uit op deze manier. Meer poetsen en minder snoepen.’ Nog minder? Ik snoep al niks.

Ja, maak dat de kat maar wijs. Zo te zien is je vader aandeelhouder van Jamin. Nog grappig doen ook? Gewoon een zwak gebit, mijnheer de tandarts. Nog nooit van gehoord zeker. Daar kan ik me van alles bij voorstellen in uw vak. Ik zal vast niet de eerste en de laatste zijn tegen wie u dit zegt. Dat had ik nu wel durven zeggen. Maar het was toen en toen zei ik nog niks, hield angstvallig mijn mond.

Tegenwoordig is dat anders en daarom zeg ik nu wel wat, ook tegen mijn mede-toeschouwer. ‘Wat bedoel je precies?’ ‘Om te beginnen staan je tanden scheef, is je onderkaak te smal en groeien je ondertanden behoorlijk naar boven. Daar moet je last van hebben, dat kan niet anders.’

Gelijk heeft hij, driehonderd procent gelijk. Als ik ‘s morgens wakker wordt staan mijn ondertanden in mijn bovenkaak gedrukt, reden waarom ik instem met een nader onderzoek. Omdat hij gelijk heeft en daarbij, wil ik ook wel eens met een tandpasta smile door het leven.

Na een intensief onderzoek blijkt het allemaal reuze mee te vallen. De beugel hoeft slechts twee en een half jaar in mijn mond, echter wel met zilveren slotjes, doorzichtige gaat niet omdat men van plan is halverwege de behandeling mijn onderkaak te breken, om het hele zooitje wat meer ruimte te geven. Héél even voel ik me weer dat schaap van ruim dertig jaar geleden in die bus. Ja mijnheer de ortho, nee mijnheer de ortho, natuurlijk mijnheer de ortho. Uiteraard ga ik precies doen wat u zegt.

Tijdens de hele behandeling bleek dat mij een operatie bespaard kon blijven. Bovendien ben ik kilo’s afgevallen. Nu drie jaar later ben ik deze toeschouwer op het voetbalveld dankbaar. Mijn beugel is er uit, mijn tanden staan werkelijk prachtig. Misschien nog wat facings en ik kan zo in die tandpasta reclame.

1 REACTIE

  1. Hallo Ingrid.

    Zelf was ik 50+ toen ik een beugel kreeg, achteraf 40 jaar te laat. Maar nu als 66 jarige krijg ik nog steeds complimentjes over mijn, op natuurlijke wijze gereguleerd, gebit. Op jouw foto te zien is de moeite voor jou ook alles waard geweest, het ziet er mooi uit en hopelijk kun je er nog heel lang blij mee zijn

    Ans van de Pas

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here