Die allereerste keer

Eerste keerZo mooi wordt ’t nooit meer als die allereerste keer.
Vraag maar aan ach, hoe heet ze ook alweer,
de grote beer, de lieve heer van die allereerste keer.

(Harrie Jekkers – Zo mooi)

In een heel leven maak je nogal wat eerste keren mee. De eerste keer naar de basisschool, de eerste keer naar de middelbare school, de eerste zoen, je eerste kind en zo meer. Het is jammer dat je een heel aantal daarvan niet meer weet. Wie kan zich nog het moment herinneren dat de eerste stapjes gezet werden? Of het moment dat je voor het eerst uit logeren ging? Vast staat wel dat het inderdaad nooit meer zo mooi wordt als die eerste keer.

Mijn eerste zoen kan ik me nog goed herinneren, net als de eerste keer dat ik leerde fietsen. Wat was ik trots dat ik gewoon rechtdoor bleef fietsen toen mijn vader mijn fiets losliet. Ik viel niet eens om en dat zonder zijwieltjes! (Waarschijnlijk had ik die wel. Maar in je herinnering is alles altijd net iets mooier.) Ik kan me ook nog het moment herinneren dat ik voor het eerst met mijn rugzak vol boeken mijn middelbare school binnenliep. Ik voelde me ontzettend groot – mede doordat ik een kop boven mijn klasgenoten uitstak – en volwassen.

Die eerste ervaringen komen nooit meer terug, kan je ook nooit meer overdoen. Gelukkig komen er genoeg eerste ervaringen voor in de plaats. De geboorte van je eerste kind is er zo één. Het moment waarop Thijmen bij mij werd gelegd herinner ik me als de de dag van gisteren. Dat dat kleine mensje even daarvoor nog veilig in mijn buik had gezeten voor hij door de gynaecologe eruit getild werd, was voor mij haast onvoorstelbaar. Ik zag hem voor het eerst ‘live’, maar hij was direct vertrouwd en ik was direct verliefd. Eigenlijk is dat het goede woord niet. Ik werd overspoeld door een overweldigend gevoel van liefde voor dat prachtige kleine jongetje in mijn armen en een enorme drang om hem tegen alle kwaad in de wereld te beschermen.

Hoewel ik me dat gevoel nog levendig voor de geest kan halen, zal het nooit meer terugkomen. Nu is Thijmen aan de beurt om zijn eerste ervaringen te beleven. Dat doet hij dan ook vol overgave. Lachen, uit een fles drinken, fruit en groente eten, op zijn buik draaien, zijn voet vastgrijpen, doorslapen: hij heeft het allemaal al eens gedaan. Nu al is duidelijk dat als hij iets wil, hij net zolang oefent tot het hem lukt. Soms raakt hij dan heel gefrustreerd, waarna hij zeer tevreden kijkt als het hem eindelijk gelukt is. Zo ging het met duimen – het heeft een week geduurd voor hij zijn duim gericht in zijn mond kon steken – en ook met op zijn buik draaien. Er komt vanzelf dat moment waarop hij de truc doorheeft.

En het is zo onzettend mooi om te zien. Dat trotse koppie, die mooie brede lach: elke keer weer smelt ik volkomen. Die eerste keren werken wel verslavend, zowel voor hem als voor mij. Ik wil steeds vaker zijn lach zien, hij kan niet meer op zijn rug liggen zonder acuut op zijn buik te draaien. Zo trots is-ie dat-ie het kan. Want uiteindelijk had Harrie Jekkers volledig gelijk toen hij zong:

Zo mooi wordt ’t nooit meer, want na die allereerste keer,
smaakt ‘t alleen nog maar naar meer,
maar nooit meer naar die eerste keer, oh de allereerste keer.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top