Gastcolumn: Doodsbang, door Ingrid de Bruijn

Na een jaar of zes waren we eindelijk zover dat onze jongste wilde proberen om in zijn eigen bed te gaan slapen. Helaas op dat moment kwam een klasgenote met een fijn verhaal. Dit bij ons om de hoek wonende meisje vond het nodig om in geuren en kleuren te vertellen dat er bij haar thuis was ingebroken. Ze hadden ze al haar speelgoed meegenomen. Het hele verhaal bleek uit haar duim gezogen. Echter wel met desastreuze gevolgen bij ons thuis. Sinds deze gebeurtenis is het in eigen bed slapen voltooid verleden tijd, dit heeft precies twee nachten geduurd. Dat dit verhaal hem waarschijnlijk erg goed uitkwam, weet ik bijna met zekerheid te zeggen.

Hij is niet zoals ieder kind bang voor monsters, heksen, piraten of andere tekenfilm figuren. Nee, hij is bang voor inbrekers. Zelfs zo bang dat hij overdag niet alleen naar boven durft of naar de wc. Overal in huis moet ik met hem mee lopen. Misschien wel goed voor mijn figuur, maar behoorlijk vermoeiend.

Wat ik ook zeg: hij blijft bang. Lieve schat, als er al een inbreker zou komen, moet hij door de voordeur en dan door de gang waar hij over de eerste hindernis struikelt, te weten: vijfentwintig paar schoenen, twee voetbaltassen en drie rugzakken. Als het een beetje inbreker van formaat is, kijkt hij eerst door het raampje in de voordeur en keert dan om. Geen normaal denkend mens die zich er aan waagt om te proberen daar door heen te komen. Hoewel, een mens met een beetje verstand wordt geen inbreker.

De achterdeur is ook geen optie. Dan kom je in de slaapkamer van een van mijn nazaten. Dat is een mogelijkheid waar zelfs de meest beruchte inbreker zich niet aan waagt. Deze route is per definitie een van de meest onbegaanbare wegen van ons (l)pand.

Dat er al weken een keukentrap op het balkon onder het zolderraam staat is hem ontgaan. Een inbreker hoeft in feite geen enkele moeite te doen om ons pand te betreden: de trap staat klaar en het zolderraam is open.

Toen ik een vriendin dit verhaal vertelde begon ze te lachen. “Je denkt toch niet dat je hem van dat inbreker verhaal af krijgt. Ik heb nieuws voor je: als hij maar even de kans krijgt slaapt hij bij je in bed tot zijn achttiende, tot hij het pand gaat verlaten, of tot hij een vriendin krijgt. Maar dan bestaat nog altijd de mogelijkheid dat ze samen tussen jullie in komen liggen.”

Uiteraard wil hij ’s avonds niet alleen naar boven. Op onze slaapkamer staan inmiddels wel drie bedden. Meestal ga ik naast hem liggen tot hij slaapt, wat vaak zo lang duurt dat ik al lang lig te slapen terwijl hij nog vrolijk liedjes aan het zingen is. Wie zingt nou wie in slaap? Vanavond gaat dat niet gebeuren. Dan ga ik als hij slaapt naar beneden om een filmpje te pakken. Echter wel, nadat ik de keukentrap op het balkon heb weggehaald.

Dus heren inbrekers bespaar u de moeite.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top