Een oude mevrouw in de lift… hoe hilarisch kan dat zijn.

Ik ben onderweg naar mijn moeder en al aan de late kant. Drie uur is drie uur! In gedachten zie ik haar op de klok kijken. Helaas werkt het verkeer tussen Apeldoorn en Utrecht niet altijd mee, maar toch parkeer ik mijn auto nog redelijk op tijd voor de deur van het tehuis. Snel gris ik de tasjes van de achterbank. Schone was, boodschapjes en wat lekkers voor bij de thee. Met mijn handen vol wacht ik geduldig bij de liften. Het zijn er gelukkig twee, wat in zo’n groot tehuis geen overbodige luxe is. Ik volg de lampjes en zie dat de ene lift vast staat op de 10e verdieping, maar de andere onderweg is naar beneden. Gelukkig!

Als de deuren open gaan zie ik dat er maar één persoon in staat. “Mooi… dat gaat snel” denk ik. Zo rond het middaguur kan het liftgebruik soms zo druk zijn. Dan willen namelijk alle oudjes tegelijk naar de eetzaal en voordat DAN alle mensen eruit zijn (met hun karretjes). Ondertussen staat het kleine vrouwtje nog steeds met haar rug naar me toe in de lift. “Moet u er niet uit, mevrouw?” vraag ik voorzichtig. Omdat de achterwand van de lift uit één grote spiegel bestaat (met zo’n uitklap bankje ervoor) zie ik dat ze me nu via de spiegel aan kijkt. “Ik kan er toch niet uit” piept ze zachtjes. Als snel begrijp ik dat ze niet in de gaten heeft dat ze in een spiegel staat te kijken. “Mevrouw! U moet zich omdraaien”, probeer ik het nog eens en weer kijkt ze me aan via de spiegel.

“Ik snap het niet…” reageert ze nu geïrriteerd en woest beukt ze met haar karretje tegen het bankje op de achterwand. “Er zit opeens een bank voor, dat ziet u toch wel”. Natuurlijk had ik de lift in kunnen stappen en haar rollator een zwieperd kunnen geven, maar dat deed ik niet. Mensen moeten alles zoveel mogelijk zelf blijven doen, is mij eens gezegd en daar probeer ik mij aan te houden. Geduld dus!

Na nog een paar vriendelijke pogingen begin ik toch een beetje moedeloos te worden en net als ik mijn tassen neer wil zetten om haar te gaan helpen, schiet een vriendelijke verzorgster ons te hulp. “Komt u maar” hoor ik haar tegen het vrouwtjes zeggen en ondertussen draait ze het karretje resoluut om. Voetje voor voetje schuifelt het vrouwtje voorbij en mompelt: “Dat kon ik toch niet weten, ik ben hier nog maar net!”.

“Ach ach…” zeg ik tegen de verzorgster, als we even daarna samen in de lift staan. “Het valt ook niet mee, hè… als je hier nog maar net woont?” De verzorgster begint te lachen en verbaasd kijk ik haar aan. “Nee” zegt ze, “als je hier net woont niet, maar deze mevrouw woont hier al vijf jaar”!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top