Fantasie bij kleuters kan ver gaan, hoe ga je hier verstandig mee om?

Mijn zoon van 5 jaar heeft een fantasievriendje. Hij heet Jelle en gaat overal mee naartoe, heeft een plek aan tafel en mijn zoon is hardop in gesprek met hem. Soms vraag ik me af of dat wel normaal is! De fantasie bij kleuters kan ver gaan!

fantasie bij kleuters

Fantasie bij kleuters, hun eigen wereld

Kleuters hebben een eigen, magische kijk op de werkelijkheid. Deze is zo anders dat het best moeilijk is om je in hun wereld in te leven. Ze zien dingen die er niet zijn en beleven dingen die in werkelijkheid niet bestaan. Monsters liggen onder het bed (je herinnert het jezelf vast nog wel van vroeger) en de wind neemt je mee hoog de wolken in. Daarnaast kan je op die ene stoel niet gaan zitten, want daar zit zijn vriendje ‘Daan’.

De magische fase

Deze periode tussen vier en zeven jaar wordt wel de magische fase genoemd. In deze fase van hun leven geloven kinderen dat zij met hun bezweringen en handelingen de werkelijkheid kunnen beïnvloeden. Daarom kennen ze menselijke eigenschappen toe aan dieren en voorwerpen. Ik snap dat het vreemd is om je hierin te verplaatsen. Maar denk je eens in. Kleuters komen iedere dag met zo veel nieuwe onbegrijpelijke dingen in aanraking. Dingen die hen soms angstig en onzeker maken. Zo zijn ze bang voor de kapper met zijn schaar. Bang om door het doucheputje weg te spoelen, om over de wc nog maar niet te spreken. Of bang voor de kracht van de wind en uiteraard het onweer. Stel je voor dat het dak van het huis waait en iedereen meeneemt!

De ruggesteun komt door de fantasie

Een fantasievriendje is dan tijdelijk een belangrijke ruggesteun. ‘Hij’ zorgt ervoor dat je kind de wereld beter aankan. Zodra je kind meer inzicht heeft in hoe de dingen werken en in elkaar zitten en zelf ook oorzaak en gevolg beter kan verwoorden, verdwijnt zo’n vriendje vanzelf weer. Zo krijgt de fantasie bij kleuters een andere wending.

Hoe ga je hier mee om?

Laat de fantasie bij je kind en bagatelliseer het spook- of monsterverhaal niet. Zeg ook niet dat dat ‘vriendje’ verhuisd is. Kortom probeer de fantasie niet op te lossen. Probeer liever de onderliggende boodschap te achterhalen. Verplaats je in je kind en bekijk de wereld eens door zijn ogen. Geef je kind een stevige stok in het bos, dat helpt je kind greep te krijgen op de stormachtige wind. Een ridderzwaard naast zijn bed om lekker te slapen of een Mega Mindy button om naar de tandarts te gaan.

Maak samen de slaapkamer veilig door alle krokodillen met een sterk knuffelbeest te verjagen en geef je kind een houvast door deze knuffel de opdracht te geven dat hij over je kind moet waken. Een fantasievriendje helpt je kleuter juist om nieuwe vaardigheden en situaties te oefenen en te praten met iemand die je helemaal vertrouwt!

Tip: Wil je zelf eens leren begrijpen hoe dat nu werkt met een denkbeeldig vriendje en de fantasie bij kleuters? Dan is wellicht het boek ‘Herinneringen van een denkbeeldig vriendje‘ van Matthew Dicks iets voor je.

Heb jij in de opvoeding wel eens te maken gehad met fantasie bij je kleuter waar je je geen raad mee wist? Ik ben benieuwd naar de verhalen, let me know!

 

Meer lezen?

 

 

1 REACTIE

  1. Mijn dochter heeft heel lang als peuter een fantasievriendinnetje gehad. Ze verdween vanzelf, en toen we gingen verhuizen kwam ze weer kort terug. Mijn middelste heeft dat nooit gehad, en mijn jongste is in zijn fantasie vaak zelf een dier. En dat wisselt nogal eens. Als hij wil knuffelen wordt hij een puppy of een poesje, maar als er stoere dingen gedaan moeten worden is hij ineens een dinosaurus. Het is echt zijn manier om met dingen te dealen. Ik laat hem maar, alleen buiten mag hij van mij niet las een puppy over de grond hupsen. Blaffen mag, maar anders houden we geen knieën over 😉

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here