Fiets weg ?

In de naastgelegen ruimte hoorde ik mijn telefoon gaan. Natuurlijk negeerde ik het gerinkel, want ik was aan het werk. Het bellen stopte, maar binnen tien seconden hoorde ik het weer.

Nu begon ik toch wel nieuwsgierig te worden, want wie zou DAT nou kunnen zijn? Het bellen was inmiddels overgegaan in gepling en mijn collega keek me vragend aan.

“Oh… niet op letten” zei ik luchtig, maar toen het pauze was keek ik toch gelijk even wie mij zo dringend had willen spreken. “Ja hoor… dat kon er maar één zijn” dacht ik gelijk, toen ik de vijf gemiste oproepen, drie Smsjes en vier Whatsappjes zag. “Mijn dochter!”

Het eerste wat ze riep toen ik haar aan de lijn kreeg was:  “Waarom nam jij je telefoon niet op?”. Voordat ze verder kon gaan met haar verwijten, legde ik haar uit dat ik aan het werk was. “Je weet toch dat ik gelijk terug bel als het kan en dat is NU…  dus zeg het maar”. Het werd een warrig verhaal waaruit ik begreep dat ze die middag was gestrand met haar fiets, omdat de ketting eraf was gelopen. Ze had verwacht dat ik haar dus wel even zou kunnen komen halen. Opeens kreeg ik het beeld van een zielig koud meisje (met zwavelstokjes) dat naast haar fiets in de sneeuw zat, derhalve vroeg ik bezorgd waar ze was.

Natuurlijk wist ik (en iedereen die haar kent) dat mijn dochter nooit in aanmerking zou komen voor die rol, maar je weet maar nooit. In een rap tempo vertelde ze me dan ook dat er TOEVALLIG  een vriendin langs kwam die haar naar huis had gebracht. Opgelucht haalde ik adem,  maar toen ik haar vroeg waar haar fiets was, verdween mijn gevoel van medelijden als sneeuw voor de zon. Doodleuk vertelde ze me dat ze die NATUURLIJK  terplekke ERGENS tegen een hek had gezet en of ik die dan ’s avonds maar even wilde gaan halen.

Nog geen twee maanden terug hadden we die fiets nog door de fietsenmaker helemaal laten opknappen (en zo oud was hij nog niet eens) dus misschien kunt u begrijpen,  waarom ik een beetje boos werd. Nieuw zadel, nieuwe remkabels, nieuwe verlichting enz. enz. Helaas was er van die reparatie na een paar weken nog maar weinig te merken en reed ze weer rond met losse kabels en lampjes van de Hema.

Al rijdend speuren we ’s avonds de straat af en als we twee keer heen en weer zijn gereden moeten we tot de conclusie komen dat de fiets er niet meer staat. “Ik heb hem hier toch echt neer gezet”, roept ze en wild kijkt ze om zich heen. “Ja hoor… Ook dat nog” roep ik boos, “Nou is hij dus gestolen!” Woest kijkt ze me aan alsof ik de schuldige ben. “Maar dat KAN niet, ik heb hem deze keer nu ECHT op slot gezet” en triomfantelijk houdt ze haar fietssleutel omhoog. “Nou dat KAN dus wel, want in deze situatie maakt het helemaal niet uit of je hem op slot heb gezet” sneer ik. “Ze komen ’s avonds of ’s nacht gewoon langs met een hele grote aanhanger en hijsen alle fietsen aan boord, die nog een beetje de moeite waard zijn”. Het is opeens erg stil naast me en als ik opzij kijk zie ik dat er van mijn eigenwijze puberdochter niet veel meer over is. “Weet je”, ga ik verder… “Ze verkopen die gewoon via Marktplaats!” “Echt…?” piept ze zachtjes. “Ik weet toch zeker dat ik hem HIER heb neergezet”. Een paar minuten lang is het stil. Zij met haar gedachten en ik met de mijne: “Ach… daar ga ik weer”, vermaan ik mezelf. “Het is nota bene haar eigen schuld als die fiets weg is, maar jij zwicht weer. Jij vindt het zielig… en ze is niet zielig!”

Als we voor de derde keer de straat doorrijden vraagt ze opeens of ik bij een huis wil stoppen. Ik parkeer de auto langs de kant van de weg, maar heb er weinig vertrouwen in. Gelijk stapt ze uit en zie ik haar naar het huis lopen. Binnen vijf minuten is ze terug, gooit de achterklep open en verdwijnt weer in dezelfde richting. Ik snap er niks meer van en besluit ook maar eens uit te stappen om polshoogte te gaan nemen. Ondertussen heb ik al wel een heel scenario in mijn hoofd en hoor ik het mijn man al zeggen: “Jij bent gek… ! Laat ze zelf teruglopen naar huis met die fiets. Het is haar probleem! En …. als hij gestolen is koopt ze van haar eigen geld maar een tweedehands fiets, ik steek er geen geld meer in”. Natuurlijk heeft hij gelijk. Helemaal gelijk! Maar toch…

Ondertussen sta ik nog steeds naast mijn auto in de kou en net als ik weer wil gaan zitten, zie  ik haar aankomen met de fiets aan de hand. Verbaasd kijk ik haar aan. “JE FIETS!… je hebt je fiets! Hoe kan DAT nou?” glunderend verteld ze me dat de mensen haar fiets even tegen hun huis hadden gezet, omdat ze bang waren dat hij zou worden gestolen als hij zo langs de weg zou blijven staan.  “Oh… ik ben zo blij, mam!” zegt ze en ze springt zowat een gat in de lucht. Samen hijsen we haar fiets in de auto en even weet ik niet wat ik moet zeggen, want ik vind dit toch wel een soort van wonder in deze tijd. “Wat een aardige mensen zijn dat”, zeg ik

“Je hebt ze toch wel bedankt hè?”.  “Jahaa… rij nou maar”, roept ze uitgelaten en ik merk dat ze haar bravoure weer terug heeft. “Ik heb ze wel TIEN keer bedankt en weet je wat ze zeiden: “Graag gedaan hoor, meisje!”.

Als we thuis komen vertellen we het hele verhaal in geuren en kleuren aan haar vader die doodleuk antwoord: “Aardig mensen… ? Ik denk, dat als jullie niet zo snel waren gekomen,  ze hem gewoon hadden verkocht via marktplaats!”

Meer lezen van Ellen? Dat kan hier.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top