Gastcolum: Saar en de zwerfkat, door Ellen Dros

Het was zes uur in de ochtend en stil in onze straat. Iedereen sliep nog, maar wij niet. Wij waren al om vijf uur opgestaan, want we gingen op vakantie naar Frankrijk.

De dag ervoor hadden we de auto al ingepakt en nadat de laatste spulletjes erbij waren gestopt, installeerden ook wij ons in de auto. Klaar voor de lange reis naar ons eigen vakantiehuisje. Sara, onze poes, mocht ook mee. Afgelopen jaar is ze voor het eerst mee geweest en het is toen erg goed gegaan. Nu is ze inmiddels ruim een jaar en al een grote poes. Met een snelle greep pakte ik haar onder de tafel vandaan en bracht haar naar de auto.

Haar super-de-luxe bench stond al klaar. We hebben hem behoorlijk opgepimpt en een klein rood kattenbakje vult de helft van de bench. Aan de wand hangen met klemmetjes een voer- en drinkbakje en ook heb ik er een leuke wandbekleding ingemaakt van gezellige stof met poesjes erop. Saar vond het echter helemaal niks en zielig keek ze door de tralies naar ons en piepte zachtjes. Na de eerste stop keken we even en gaven haar wat te drinken en een snoepje.

Voorzichtig deden we het deurtje van de bench open, bang dat ze zou ontsnappen (want dat was onze grootste nachtmerrie). Bij de tweede stop had ze zich letterlijk bij de reis neergelegd en lag languit in haar kattenbakje. “Waarom ga je nou niet op je zachte kussentje liggen” vroeg mijn dochter, maar Saar bleef waar ze was terwijl de kattenbakkorreltjes onder haar kin kleefden. Na nog een paar stops kwamen we aan op onze bestemming. Het was prachtig weer en snel gingen we de auto uit pakken en ja… natuurlijk mocht Saartje eruit. Omdat de deur regelmatig open en dicht ging besloten we haar een tuigje om te doen en met een lange lijn aan de veranda vast te binden. Inmiddels waren we een half uur verder en alles was opgeruimd. Beneden aan gekomen besloot ik even om bij Saar te gaan kijken, maar toen ik het riempje pakte en voorzichtig onder de veranda vandaan trok ging dat wel erg makkelijk.

Het tuigje was leeg en onze Saar weg! Tranen met tuiten huilden wij want waar was ze nou? Kon ze de weg nog wel terug vinden in dit vreemde land waar ze pas voor de tweede keer was? Natuurlijk was ze gestrest van de reis, maar we dachten dat het toch best wel weer goed was gegaan.

We zochten met z’n allen het hele park af en informeerden de mensen van de andere huisjes. Zelfs in het Frans waagde ik een poging. “Nous cherchon notre chat, elle s’apelle Sara”, zei ik tegen voorbijgangers en vroeg of ze ook wilden zoeken. En ja… ze snapten het helemaal en beloofden naar haar uit te kijken.

Vier uur hebben we gezocht en toen het avond werd besloot ik dat er toch maar even wat gegeten moest worden. Met mijn jongste dochter stapte ik met tegenzin weer in de auto om in het dorp pizza te gaan halen. We hadden niet echt honger en het idee dat onze Saar ergens in de bergen alleen rondzwierf, maakte ons wanhopig en verdrietig. Wat moest een wit Perzisch poesje nou helemaal alleen in de Auvergne? En… wat zouden andere dieren denken als ze haar zagen. We maakten ons er een voorstelling van:

“Hee… wat ben jij nou voor een beest? Je lijkt wel een “ontploft konijn” zou een zwerfkat haar vragen. En Sara zou zielig in elkaar gedoken piepen dat ze toch heus een echte Pers was en bovendien van adel. “Huh… een kat van adel” gromde de zwerver. “Zeg dan eens miauw”. Sara deed erg haar best maar kon alleen maar piepen. “Een kat, huh… je kan niet eens miauwen!” zei de zwerver hatelijk. Sara kreeg traantjes in haar grote groene ogen en de zwerver vond het toch wel zielig. “Nou kom op meid, niet janken. Vertel dan maar eens waar je vandaan komt” en Sara begon haar verhaal. Dat ze helemaal uit Nederland was gekomen en in een kooitje achterin de auto had gezeten en dat ze dat helemaal niet fijn had gevonden.

Vooral dat laatste stuk niet, met al die bochten. De zwerver kreeg met haar te doen en gaf haar een kopje. “Maar ik wil nu toch graag weer naar mijn baasjes toe, want die zijn zo lief voor me” eindigde Sara haar verhaal. “Nou, dat wordt dan moeilijk”, zei een andere wilde kat die er inmiddels bij was gekomen. “Het is hier erg groot dame”. Inmiddels zou Sara haar vacht helemaal onder de takjes zitten en zwart van de modder zijn en zachtjes piepte ze: “Maar ik heb zo’n honger”.

“Hier” zei de zwerver joviaal en hij gooide een muis naar haar toe. “Wat is dat?” vroeg Sara verbaasd en de zwerver reageerde geïrriteerd:

“Dat is een verse muis en als je hem niet wilt, dan geef hem dan maar weer terug hoor”. Gelijk kwam de andere kat in actie en probeerde de muis pakken. “Weg jij”, blaasde de zwerver. “Hij is voor die dame en anders weer voor mij”. Sara trok haar neusje op. “Een muis? Wat moet ik daar mee, die kan ik toch zo niet eten?” Inmiddels waren er nog meer katten bijgekomen en nieuwsgierig volgden ze alles. “Wat een muts ben jij”, riep er één en ze kwamen steeds dichterbij. “Ga weg engerds” riep Saar en ze zwaaide woest met haar staart. “Whow… rustig dame, wat een mooie staart heb jij” zei de zwerver die haar best interessant vond. Verlegen sloeg Saar haar ogen neer. “Ja… dat is mijn trots”, zei ze? “Die wordt bijna iedere dag gekamd. Gekamd? Wat is dat?” vroeg een dikke zwarte en net toen Saar wilde gaan uitleggen wat dat was hoorde ze opeens een vreemd geluid in de verte.

Sara luisterde met gespitste oortjes. Hee… dat geluid kende ze . Dat was de motor van de auto van haar baasjes. Niet dat ze dat nou zo fijn had gevonden om daar in te zitten, maar de honger in haar buikje was ook niet fijn. Bovendien werd het donker en koud. “Ga dan maar kijken”, zei de zwerver “maar hier in de vrije natuur is het ook heel fijn hoor. Je kan toch bij mij blijven”. Maar Saar bedankte, zei keurig gedag en vertrok richting het geluid. Toen ze vlak bij de auto was rook ze een heerlijke geur. Gelukkig… ze was net op tijd. De baasjes hadden pizza met vis gehaald. Voorzichtig ging ze naast het portier zitten dat openstond en in het licht van wat uit de auto kwam  zag ze het grote baasje zitten. “Hee… Saar”, zei de baas. “Ben je daar eindelijk en voorzichtig pakte hij haar op en bracht haar naar binnen in het warme huisje. Waarom iedereen nou begon te gillen en huilen begreep Saar niet, maar ze was wel blij dat ze weer thuis was. De volgende dag mocht ze weer naar buiten. Samen met het kleine baasje liep ze parmantig aan haar tuigje voorop. En op een afstand van bijna vijf meter, werden ze gevolgd door een grote zwerfkat. En weet je nou wat zo gek is? Dat heeft hij de hele week gedaan.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top