Gastcolumn: Een Fransman aan tafel, door Ellen Dros

Dat het de afgelopen winter erg koud was geweest in Frankrijk, konden we direct merken. De thermometer gaf vier graden aan en in de wc-pot dreef nog wat ijs. Dit hadden we nog niet eerder meegemaakt. Sinds onze laatste kapotte kraan waren we gewaarschuwd en lieten we altijd vóór de winter alles goed leeg lopen. Dan kan ons niets meer gebeuren… dachten wij.

Het was snel warm. Binnen een paar uur had de houtkachel ons huisje opgewarmd naar zo’n achttien graden en konden onze pubers uit hun dekbedden tevoorschijn komen. Het was erg koud geweest en buiten de  WC- pot om was ook ons koffiezetapparaat bevroren. Daar hadden we nou net niet aan gedacht toen we in de herfstvakantie de deur achter ons dicht trokken.  Maar met de temperatuur van het huisje, ontdooide ook onze Senseo en konden we toch nog genieten van een heerlijk kopje “Hollandse” Koffie.

Ach… integreren is soms nog moeilijk. We nemen dan ook altijd nog veel levensmiddelen mee. Het voordeel is dan wel dat we de volgende ochtend gelijk kunnen ontbijten en niet direct boodschappen hoeven te doen. Bovendien kunnen we dan lekker even uitslapen en bijkomen van de lange reis. In het verleden hebben we te vaak voor een gesloten supermarkt gestaan en hier onze lering uit getrokken. In Frankrijk moet je namelijk of héél vroeg of héél laat boodschappen gaan doen, want in die tussentijd ligt alles plat.

Als we na een dag skiën thuiskomen in een nog steeds lekker warm huisje en ik even een wasje wil gaan draaien, wacht ons toch nog een onaangename verrassing.  Zodra ik de knop van de wasmachine heb ingedrukt en hij begint te pompen, voel ik al nattigheid. En dan bedoel ik: letterlijk! Binnen vijf minuten sta ik bijna tot aan mijn enkels in het water.

Via onze (Nederlandse) buren hoor ik dat ook zij schade hebben gehad en al snel krijgen we het adres van een Franse man die wasmachines kan repareren. Het is volgens de buren een vriendelijke en vooral eerlijke man. Bovendien blijkt hij in de buurt te wonen.

Omdat de Franse taal door de telefoon nog moeilijker is dan hij al is, besluiten we er die middag zelf heen te rijden. Een vriendelijke vrouw doet open en in mijn beste Frans leg ik haar uit dat onze “machine-linge en panne” is. Ze begrijpt ons gelijk en uit haar woorden maak ik op dat haar man ons gaat bellen. Opgetogen rijden we weer naar huis.

Aan het eind van die middag gaat inderdaad de telefoon. Het toestel wordt uiteraard gelijk in mijn handen gedrukt met de mededeling dat IK op Franse les zit. De man praat gelukkig rustig en duidelijk, maar als hij langzaam een Frans woord zegt wat IK nog net niet heb gehad, wordt het toch nog moeilijk. Hij herhaalt het wel drie keer, maar ik kan er niks van maken. Gelukkig begrijp ik wel dat hij bij ons langs wil komen. “Cinq heur”, zegt hij en opgelucht verbreek ik de verbinding.    

Nou is het bekend dat Fransen wat makkelijk met hun (en jouw) tijd om gaan, maar deze man stond dus keurig de volgende dag op de afgesproken tijd voor de deur. Zonder een woord te zeggen stiefelde hij rechtstreeks op onze wasmachine af en binnen vijf minuten schroefde hij het halve apparaat uit elkaar. “Mais oui!” riep hij armenzwaaiend “il est le gel!”. Helaas had ik ook DAT woordje op school nog niet gehad en schuchter begon ik in mijn woordenboekje te zoeken. “Ah” zei ik na een paar seconden “Le gel” en wreef in mijn handen, want ook wij hadden al gedacht dat de strenge vorst onze machine te pakken had gehad. Na tien minuten stond hij op, schroefde alles weer in elkaar en gebaarde dat hij hem mee ging nemen. Toen hij samen met mijn man de machine in zijn auto had getild, wilde ik eigenlijk toch nog wel even weten wat het zou gaan kosten. De machine was tenslotte niet zo piep meer en voor je het weet rijzen de kosten te pan uit. Gelukkig begreep hij me gelijk en schudde ons de hand. “Madame”, zei hij lachend.  “Pas de problem. Si trop cher, je ne répare pas?” Toen de man weg was moesten we concluderen dat Franse mensen toch best aardig zijn. De vooroordelen die wij altijd hadden gehad, verdwenen als sneeuw voor de zon. Ook vonden we, nu het allemaal zo lekker ging, dat we toch eens iets meer moesten gaan integreren. Zo gezegd,  zo gedaan.

De volgende avond stond de man weer keurig op tijd voor de deur en zette gelijk de machine op zijn plek. Toen hij terugkwam, bood ik hem in mijn beste Frans iets te drinken aan. Ik had namelijk eens ergens gelezen dat Fransen dat wel aardig vinden. Tot mijn grote schrik zei hij “Ja” en daar zaten we dan. Het zweet brak me uit, want wat moest ik nou allemaal zeggen tegen die man en dan ook nog in het Frans? Maar wonder boven wonder ging het gesprek als vanzelf, al denk ik wel dat de wijn daar aan meegeholpen heeft. We  praatten over het weer en hoorden dat het in deze regio wel zeker twee weken lang, min twintig was geweest. “Ah vandaar”. Het had zelfs hagelstenen geregend zo groot als golfballen en heel wat huizen en auto’s waren beschadigd. Ik vond het vermakelijk om te zien hoe deze mensen met hun hele lichaam praten, terwijl wij er soms als houten klazen bij zitten. Toen we het over kinderen kregen deelde hij ons openhartig mee dat de enige dochter die hij en zijn vrouw op de wereld hadden gezet, al dertig was en nog steeds geen vrijer had gevonden. We lachten en ja… het werd zowaar gezellig, maar op een gegeven moment kwam één van onze dochters omzichtig langs de tafel gelopen en lispelde dat ze nu toch wel honger begon te krijgen. Verschrikt keek ik op de klok. Acht uur!

Maar… wanneer moet je nou over zaken gaan beginnen, zonder bot te zijn?

Kennelijk had de man het door: “Oh … votre machine-linge, est reparé”, riep  hij lachend en nam nog maar eens een flinke slok van zijn wijn. Verbaasd keken we hem aan. “Maar u zou ons toch bellen?” vroeg ik timide. De man bleef lachen (ja, ze lachen daar wat af) wuifde met zijn armen (wat een mimiek) en deed of die afspraak nooit was gemaakt. Gelukkig konden ook wij lachen, toen hij ons het bedrag noemde en onder de boze blikken van beide dochters schonken we de man nog eens vrolijk bij. Voor zo’n bedrag zou men in Nederland nog niet eens voor komen rijden.

Om negen uur zaten we eindelijk te eten en onze dochters waren er niet vrolijker op geworden. Dat papa en mama wilden integreren vonden ze prima, maar DAAR moesten zij geen last van hebben. Wij zagen dat anders, want in de afgelopen jaren hebben we te vaak een beroep op onze buren moeten doen. Die wonen hier namelijk al veel langer en spreken vloeiend Frans! Ik weet nu, dat je het gewoon zelf moet proberen. Je hoeft niet bang te zijn en ze bijten niet! Er heeft bij ons een echte Fransman aan tafel gezeten en .. we hebben het zelf met hem geregeld. Chapeau!

Mijn naam is Ellen Dros, ik ben een representatieve, extraverte vrouw van 50+ en getrouwd met Marc. Samen met onze twee dochters: Daniek (1995) en Marloes (1999) wonen we in het oosten van het land en hebben we een (Perzische) poes genaamd: Xsara-Jane en een vijver vol vissen.

Ik werk parttime met veel plezier als tandartsassistente en voor de overige uren zorg ik voor mijn gezin en schrijf ik columns en (kinder)toneelstukken. Inmiddels zijn er al diverse toneelstukken uitgegeven via www.cts-producties.nl en worden deze o.a. gebruikt op scholen en toneelverenigingen in Nederland en België. In het verleden heb ik ook geregisseerd en gespeeld bij een amateur toneelgezelschap en organiseerde/presenteerde ik vele jaren de Sinterklaas intocht in mijn woonplaats.

Inmiddels zijn onze dochters geen kinderen meer en heeft ook mama andere interesses gekregen. Samen met met mijn jongste dochter heb ik mijn oude hobby van poppenhuizen en miniaturen weer opgepakt en ga ik met haar gezellig naar beurzen in het hele land.

1 gedachte over “Gastcolumn: Een Fransman aan tafel, door Ellen Dros”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top