Gelukkige kinderen: volgens de wetenschap krijg je ze zo (maar klopt dat ook?)

Over één ding zijn alle ouders het eens. Ze willen gelukkige kinderen. Nog nooit heb ik een ouder gehoord die zij: Ach, als ze maar een klein beetje gelukkig zijn. Nee, voor onze kids willen we maximaal geluk. Maar wat houdt dat eigenlijk in? Hoe krijg je gelukkige kinderen?

De wetenschap probeert daar regelmatig antwoord op te geven. Ook nu weer kom ik een artikel tegen over gelukkige kinderen. Daar schijnen er in Nederland trouwens (gelukkig) een heleboel van te zijn. In dit blog lees je meer over gelukkige kinderen. En wat de wetenschap daarover te vertellen heeft…

Lees ook: Geluk in de liefde? Dan sport je waarschijnlijk minder!

Gelukkig zijn: hoe meet je dat?

We stelden het hierboven al: de kinderen in Nederland schijnen behoorlijk gelukkig te zijn. Als je gemiddelden vergelijkt. Maar hoe meet je geluk, hoor ik je denken? Sociaal wetenschappelijk onderzoek richt zich op mensen. In dit geval dus op kinderen. Met lange vragenlijsten wordt dan het ‘geluksniveau’ gemeten. Er worden allerlei vragen gesteld over hoe gelukkig jij jezelf vindt. Die vormen samen een gemiddelde. En voila, je geluksniveau is meetbaar.

Lijkt helder. Maar betekent dat ook dat de wetenschap het bij het juiste eind heeft? De onderzoeken blijven bestaan uit cijfertjes en gemiddelden. Het echte leven heeft vaak meer om handen 😉 . Toch doet de wetenschap goed haar best om te voorspellen hoe je gelukkige kinderen krijgt. Laten we maar eens gaan kijken naar wat onderzoekjes.

Hollandse kinderen? Gelukkige kinderen!

Hollandse kinderen, dat zijn volgens de wetenschap nog eens gelukkige kinderen. Vorig jaar verscheen nog een onderzoek over hoe gelukkig kinderen zijn, overal ter wereld. En wat bleek? Het Hollandse kroost scoorde uitmuntend.

Natuurlijk is het feit dat ze hier opgroeien al een goede basis. Geen honger, geen oorlog en geen kinderarbeid. Het feit dat kinderen hier stressvrij naar school kunnen draagt ontzettend bij aan hoe gelukkig ze zijn. Al klagen ze nog zo hard dat ze niet naar school willen 😉 . Ook onze opvoedstijl schijnt de kinderen gelukkig te maken. Relatief gezien worden kinderen in Nederland behoorlijk vrij gelaten, ten opzichte van andere landen. Ze hebben al op jonge leeftijd een eigen sociaal leven en spelen bij vriendjes. Dat is in veel culturen onvoorstelbaar, geloof het of niet. En wat bleek ook nog bij te dragen aan die Hollandse gelukkige kinderen? Jawel: het feit dat ze boterhammen met hagelslag als ontbijt mochten eten.

Gelukkige ouders = gelukkige kinderen

Er is één punt waar bijna al het wetenschappelijk onderzoek het over eens is. Voor gelukkige kinderen heb je gelukkige ouders nodig. Ook weer een reden waarom de Hollandse kindertjes zo gelukkig zijn. Want ook de grote mensen in Nederland scoren hoog op de schaal van geluk.

Tot zover kan ik het nog volgen. Maar in het onderzoek wat me nu onder ogen is gekomen staan toch wat puntjes waarvan ik denk: tsja. Leest u even mee?

“Een boze moeder zorgt voor ongelukkige kinderen”

Want boos worden, stelt dit onderzoek, werkt averechts. Kinderen worden namelijk gelukkig van een vrolijke moeder. Dat klinkt leuk, heren wetenschappers… Ik ga er maar even van uit dat jullie heren zijn. Want een moeder die nooit boos wordt, dat lijkt me toch niet de bedoeling.

Nog een puntje uit het onderzoek: als mama ook gelukkig in de relatie met haar partner is, krijgt ze daar gelukkige kinderen van. Dit blijkt uit onderzoek van het Britse Instituut voor Sociaal en Economisch Onderzoek. Driekwart van de kinderen zegt volkomen gelukkig te zijn als moederlief intens gelukkig is met haar geliefde. Ik vraag me toch af hoe oud deze kinderen waren…

Lijkt mama niet zo tevreden met haar partner dan is volgens de wetenschappers nog maar 55 procent van de kids gelukkig. De gelukkigste kinderen leven in een gezin met twee ouders, of dat nou een biologische vader of stiefvader is. Ook speelt mee of kinderen veel met hun ouders ruziën en hoe vaak de familie per week aan tafel eet.

Invloed broertje of zusje

Bovenstaande punten, daar kan ik me nog enigszins in vinden. Van ruzie en apart eten krijg je geen gelukkige kinderen, dat geloof ik nog wel. Maar nu komen we bij het laatste puntje. Broers en zussen. Maken broers en zussen een kind gelukkiger of niet? De wetenschap zegt er het volgende over…

De aanwezigheid van een oudere broer of zus verandert niets, maar is er een jonger broertje of zusje in de familie dan zou een kind minder gelukkig zijn. Kortom: de kans dat mijn oudste zoon minder gelukkig is dan zijn zusje is groot. Volgens de wetenschap dan… Geloof jij het?

Lees ook: Mannengriep officieel erkend door de wetenschap (maar blijft aanstelleritus)

1 reactie op “Gelukkige kinderen: volgens de wetenschap krijg je ze zo (maar klopt dat ook?)”

  1. Ans van de Pas

    Wij hebben als opa en oma 2 kleinkinderen, de oudste is een jongen van 6 en een meisje van bijna 2. Wij ervaren dat het meisje nadrukkelijk aanwezig is en haar grote broer flink nadoet. Onze kleinzoon wil best wel eens protesteren als zijn zusje haar willetje wet wil laten zijn. Dan is het belangrijk als volwassenen om daar een goede middenweg in te vinden. De kleinste hoeft niet altijd haar zin te krijgen en de oudste moet ook wel leren eens toe te kunnen geven. In onze familie merk ik dat ouders en wederzijdse opa’s en oma’s hier prima (en soms streng) mee overweg kunnen. Dus niemand heeft vette pech.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top