Grote vakanties zijn bij ons geen succes

Zomervakantie betekent zoveel als puur verveling. Mijn kinderen houden niet van vakantie. Wel als we weg gaan, maar wie gaat er nou zes weken weg. Wij niet en de laatste twee weken was goedkoper dus dan gaan we naar Frankrijk. Sophie vraagt na het weekeind al wanneer ze weer naar school mag. Pepijn, geen fan van school, begint ook al. Gezellig is niet helemaal het juiste woord. Uitslapen is nog niet toegevoegd aan het vocabulaire, dus ook in de vakantie zitten wij om zeven uur aan het ontbijt. Dat worden hele lange dagen.

Floris besluit dat hij echt ziek is en mag drie weken vakantie vieren in het ziekenhuis. Dit gegeven maakt de vakantie tot nog een groter drama.

Sophie, Pepijn en Mees worden drie weken lang van hot naar her gesleept terwijl iedereen langzamerhand op vakantie gaat, blijven er steeds minder leuke dingen over om te doen. Ik probeer drie weken lang uit of jongleren echt zo moeilijk is. Huis opruimen, Sophie, Pepijn en Mees gelukkig maken, was doen, strijken, op tijd bij Floris in het ziekenhuis zijn, elke avond koken want ja iedereen weet als je niet gezond eet …. Boodschappen doen, honderd keer Dora kijken, en zo nog honderdduizenden anderen dingen die echt moeten. Nou moeten is een groot woord. Zo hóren, dekt meer de lading. Drie weken later mag Floris naar huis. Huilend zit ik op het dakterras van het ziekenhuis. Zusters zetten thee en brengen glaasjes water en zeggen lieve woordjes. Heel veel meer hebben ze ook niet te doen, Floris was nog de laatste der mohikanen. Ik ben er uit. In het circus is dus ook geen optie. Jongleren kan ik niet. Misschien nog wel belangrijker, wil ik niet.

Thuis is het besluit al genomen, we moeten hier weg. Camping van vorig jaar heeft nog een huisje in de aanbieding. Nog dezelfde nacht rijden we de grens over en drinken we koffie op een ranzige parkeerplaats vol met stukken vies wc papier. ‘Eindelijk vakantie’ zucht manlief. In gedachten zie en hoor ik iedereen lachen. En zie ons staan, op die belachelijk smerige parkeerplaats, koffie uit een thermoskan. En oh ja, even voor de duidelijkheid… wanneer je koffie met de Senseo zet en je maakt voor elk kopje de thermoskan open, heb je dus na drie uur rijden koude koffie. Dat je dat weet hè.

Eenmaal op de camping, besluit ik al dat dit echt de laatste keer is. Hoewel een kleine camping, irriteer ik me bij het inchecken al aan alle zeikende mensen aan de balie. In Nederland is het altijd wat, maar in het buitenland zeuren Nederlanders nog harder. Er is maar één wasmachine en droger en dat voor een hele camping, het is belachelijk. Er is geen brood meer om 11 uur. Nee dan had je dus eerder je tent uit moeten rollen. Teveel lawaai, te warm en te druk bij het zwembad. Dan maar naar het meer, tja, daar zit dan weer geen hond. Campings zijn gewoon niet voor mij gemaakt. Ik wil een huis met binnen een straal van 50 km geen Nederlander te bekennen. Ja, 50 km is ruim genomen, anders sta je weer met ze in de supermarkt.

Een half uur na aankomst ligt iedereen in het zwembad. En kan de vakantie dan eindelijk echt beginnen….

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top