Het boemeltje en de Intercity, door Ellen Dros

“Er was eens …” Ja, zo beginnen de meeste sprookjes maar dit verhaal is niet echt als een sprookje bedoeld, want als je goed  tussen de regels door leest zul je er misschien wel iemand in herkennen.

De afgelopen tijd was er hard gewerkt in de fabriek en het Boemeltje, dat al die tijd vlakbij de uitgang had gestaan, was nu klaar voor de grote reis. Eigenlijk had het al veel eerder weg gekund maar ze vond het nog zo gezellig in de fabriek waar iedereen haar kende. Bovendien was het nu op dit moment erg spannend en wilde ze niets missen van hetgeen er gebeurde. Er werd namelijk een nieuwe zeer luxe trein gebouwd. Het Boemeltje had gezien dat er echt leren stoelen in werden gezet, mooie tafeltjes en zelfs airconditioning. Een beetje jaloers was ze dus wel op deze nieuwe trein. Ze had dan ook stilletjes besloten om gelijk met hem de fabriek te verlaten maar dat liep net even anders.

In alle vroegte schrok het Boemeltje wakker van een vreemd geluid. Het geluid was niet hard en niet zacht maar net hard genoeg om haar nieuwsgierigheid te wekken. Al snel werd haar duidelijk dat de nieuwe Intercity die ochtend al vroeg was vertrokken. Teleurgesteld begon het Boemeltje dus alleen aan haar reis. Ze had het zich zo anders voorgesteld. Gelukkig kwam ze onderweg al snel veel leuke passagiers tegen die gezellig met haar meereisden, maar iedere keer als ze een trein tegenkwam die op hem leek keek ze toch even of hij het was.

Inmiddels was er al enige tijd verstreken en zat het Boemeltje al aardig vol. Het was een bont gezelschap geworden en iedereen praatte gezellig met elkaar. Maar hoe gezellig het ook was, ze was niet helemaal gelukkig en al snel had zij wat onderhoud nodig. Op het moment dat ze de revisie binnen kwam rijden zag ze hem staan, maar wat zag hij er vreselijk uit. Overal deuken en schrammen. Rustig reed ze naar binnen en stopte vlak naast hem. “Wat is er met jou gebeurd?” vroeg het Boemeltje en de Intercity vertelde zijn verhaal:  “Het eerste stuk ging prima” zei de Intercity verdrietig“, maar toen kwam die Hogesnelheidslijn en die vloog me zomaar voorbij. Mijn passagiers vonden dat natuurlijk prachtig want zo hard kan ik niet en bij het eerstvolgende station zijn ze toen allemaal overgestapt”. “En toen?” vroeg het Boemeltje. “Wat gebeurde er toen?” “Nou” zei de Intercity” ik baalde als een stekker, maar liet me niet kennen natuurlijk. Ik ben gelijk weer vertrokken en heb geprobeerd om die HSL in te halen. Ik reed bijna naast hem en net toen het bijna was gelukt gaf hij mij een zetje en vloog ik uit de bocht. Die HSL heeft zich rot gelachen en zijn passagiers ook!”

Het boemeltje had rustig naar zijn verhaal geluisterd en probeerde hem weer wat op te beuren. “Kom op joh!” probeerde ze vrolijk. “Ik kan jou toch ook niet bijhouden”. “Nee… dat is waar” zei de Intercity “dus zo langzaam ben ik ook weer niet” en hij was weer een beetje gerustgesteld.  “Maar ik zal jou eens wat vertellen” vervolgde het Boemeltje “Ik zou dat ook helemaal niet willen want ik geniet namelijk van mijn reis op mijn manier en mijn passagiers ook. Kijk maar, mijn trein zit nog vol en iedereen blijft tot het einde zitten” en triomfantelijk opende ze haar deuren. “Nou, daar ben je dan mooi klaar mee”, zei de Intercity. “Ik vind het een zooitje ongeregeld. Die zou ik niet in mijn trein willen hebben” en hij sloot demonstratief zijn deuren.  “Heb je wel eens zo’n passagier gehad dan?” vroeg het Boemeltje? “Ik moet er niet aan denken” ze de Intercity en hij haalde zijn neus op. “Ik heb belangrijke mensen aan boord die ergens snel willen zijn. “Oh, maar mijn passagiers zijn ook belangrijk hoor alleen genieten zij van hun reis” zei het Boemeltje arrogant. “Ze kijken onderweg naar de mooie dingen en zal ik je eens wat vertellen:  soms stoppen we zelfs even”. De intercity viel zowat van zijn rails van verbazing. “STOPPEN…! Een Intercity stopt alleen als het echt moet want volgens het spoorwegboekje moet ik binnen een bepaalde tijd op mijn bestemming zijn!” “Ik heb geen spoorwegboekje” zei het boemeltje. “Ik bepaal samen met mijn passagiers hoe lang we er over gaan doen”. Nou, daar snapte de intercity helemaal niets van. “Zo kom je toch helemaal nergens” riep hij boos. “Oh Nee?” zei het Boemeltje.

“Echt wel!. Alleen duurt het gewoon iets langer”. “Nou gewoon? ” zei de Intercity, die even met zijn mond vol tanden stond, “Zo comfortabel ben jij anders niet om in te reizen”. “Oh nee” zei het Boemeltje. “Ik heb anders wel leuke rode stoeltjes hoor en gordijntjes voor mijn ramen en misschien ben ik niet zo luxe als jij maar bij mij blijven ze wel zitten. Waar zijn jouw passagiers?” Toen was het even stil en de Intercity keek snel de andere kant op. “Je hebt eigenlijk gelijk fluisterde hij zachtjes.” “Wat zeg je?” zei het Boemeltje ik kan je niet verstaan. “IK ZEI… DAT JE GELIJK HEBT, NOU GOED!” riep de Intercity boos. “Nou…dan hoef je niet zo te schreeuwen” zei het Boemeltje”. En weer was het even stil.

“Ik wil je alleen maar helpen” zei het Boemeltje zachtjes. “Kijk nou toch eens hoe je eruit ziet, zo kan je toch niet verder reizen?” Schuchter keek de Intercity naar opzij. “Als je zo door gaat, dan sta je hier volgende maand weer! Ach, hou op. Het is me wel vaker overkomen, ik heb gewoon even een dipje” bekende de Intercity stoer.  ”Heb jij dan wel plezier in je reis”, vroeg het Boemeltje. “Plezier….?  Dit is mijn werk en mijn leven hoor” zei de Intercity. “Maar dan moet je toch juist plezier kunnen hebben en af en toe kunnen ontspannen?”. ”Ja”, ze de Intercity. “Daar heb je weer gelijk in”. En toen was het heel lang stil. “Waarom reis je dan gewoon niet eens een stukje met MIJ mee” zei het Boemeltjes. “Huh… met jou mee? Jij kan mij toch niet bijhouden? Nee” zei het Boemeltje “Als jij zo doordraaft niet, maar als jij nou een beetje langzamer gaat rijden en ik iets sneller dan kunnen we WEL samen reizen”. En weer viel er een stilte. “Ja, eh…dan zou het denk ik wel kunnen” zei de Intercity. “Zou je het leuk vinden om samen met mij te reizen?” vroeg het Boemeltje schuchter. “Eigenlijk best wel”  Zei de Intercity en verlegen bekende hij: “Ik zag je heus wel staan in de fabriek hoor en toen vond ik je al een leuk treintje”.  “Nou, kom op dan” riep het Boemeltje baldadig,  “dan  reizen we van nu af aan toch samen verder en dan laat ik je onderweg  alle mooie plekjes zien”. De Intercity aarzelde even: “Ik hoop alleen wel dat ik dat kan hoor… zo in jouw tempo. Ik ben het namelijk niet gewend en bovendien ben ik er ook niet op gebouwd om me zo in te houden de hele tijd. Het is denk ik niet goed voor mijn systeem”. Het Boemeltje dacht na maar kwam toen met een fantastisch idee. “Weet je wat” zei het Boemeltje: “We vertrekken samen en als jij dan af en toe gewoon een stuk hard vooruit moet gaan dan zie ik je gewoon bij het volgende station weer terug, als je dan tenminste op mij wacht. “Ja… natuurlijk” zei de Intercity. “Kan ik toch mooi even wat onderhoud laten verrichten”. “Misschien vinden mijn passagiers het wel eens leuk om met jou mee te rijden”. “Oh ja, goed idee”,  riep de Intercity enthousiast. “Dan laat ik ook eens een paar van mijn passagiers met jou meerijden. Als jij dat goed vindt natuurlijk”.

En zo gingen de twee samen op pad. Alle twee met dezelfde bestemming, maar ieder met zijn eigen passagiers en in zijn eigen tempo. Soms ging het nog wel eens mis, heb ik me laten vertellen, want een tijdje geleden moest het Boemeltje overdwars op het spoor gaan staan om de Intercity te laten stoppen, want hij denderde maar door en ook moest de Intercity het Boemeltje vooruitduwen toen het weer eens wat al te langzaam werd, maar ach… wat maakt het uit. Tot nu toe reizen ze nog steeds samen.

Soms zet de Intercity de vaart er in en roept het Boemeltje: “Hee… doe je wel voorzichtig!” en dan kijkt de Intercity lachend achterom en zegt: “Ja hoor, doe jij het maar rustig aan Boemeltje van mij ” want hij weet toch wel dat het Boemeltje altijd op hem zal wachten.

Mijn naam is Ellen Dros, ik ben een representatieve, extraverte vrouw van 50+ en getrouwd met Marc. Samen met onze twee dochters: Daniek (1995) en Marloes (1999) wonen we in het oosten van het land en hebben we een (Perzische) poes genaamd: Xsara-Jane en een vijver vol vissen.

Ik werk parttime met veel plezier als tandartsassistente en voor de overige uren zorg ik voor mijn gezin en schrijf ik columns en (kinder)toneelstukken. Inmiddels zijn er al diverse toneelstukken uitgegeven via www.cts-producties.nl en worden deze o.a. gebruikt op scholen en toneelverenigingen in Nederland en België. In het verleden heb ik ook geregisseerd en gespeeld bij een amateur toneelgezelschap en organiseerde/presenteerde ik vele jaren de Sinterklaas intocht in mijn woonplaats.

Inmiddels zijn onze dochters geen kinderen meer en heeft ook mama andere interesses gekregen. Samen met met mijn jongste dochter heb ik mijn oude hobby van poppenhuizen en miniaturen weer opgepakt en ga ik met haar gezellig naar beurzen in het hele land.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top