Het is dat we van onze ‘oudjes’ houden…

Samen met mijn dochter breng ik iedere week een bezoek aan mijn bejaarde moeder. Sinds het overlijden van mijn vader woont ze in een verzorgingstehuis en daar moeten wij en ook zij erg aan wennen.

Zo zijn we opeens onze privacy kwijt, want de hele dag door komen er zomaar mensen haar kamer binnen. Toen mijn moeder nog met mijn vader in hun huisje op “de Laan” woonde, waren ze geïnteresseerd en  van alles op de hoogte. Nu woont mijn moeder tussen alleen maar oude mensen en ik merk dat haar wereldje steeds kleiner wordt.

Dat de oude mensen niet altijd even aardig zijn wist ik wel, maar dat ze elkaar pesten? Er hangen zelfs pamfletten op de prikborden in de gang. “Niet schoppen onder de tafel en niet onnodig een plek bezet houden”, staat erop. Om het nog duidelijker te maken zijn er een soort striptekeningen van gemaakt. Ik moet er gewoon om lachen en vraag me af of het niet een beetje overdreven is.

Omdat mijn moeder op de achtste verdieping woont, staan we die ochtend keurig te wachten op één van de twee liften. Met een beetje passen en meten kunnen er zo’n twee á drie rollators in een lift, maar dat ligt dan wel aan de mensen die bij zo’n rollator horen. Als ze elkaar namelijk niet aardig vinden, blijven ze gewoon voorin de lift staan en kan er niemand meer bij. Helaas moeten wij dus ook een paar liften voorbij laten gaan, maar na 10 minuten stappen we dan toch eindelijk in. Net als de deuren dicht willen gaan schuift een oude dame resoluut haar rollator tussen de deuren. Wat een lef! De deuren vliegen met een ruk weer open en rustig rijdt ze haar karretje wat verder naar binnen. “Waar moet u naar toe”? roept ze en een paar donkere  prikoogjes kijken ons nieuwsgierig aan. Ik zeg dat we naar de achtste verdieping moeten en omdat ik zie dat ze een hoorapparaatje draagt, praat ik extra duidelijk. “Dan moeten jullie eruit”, krast ze en ik kijk haar verbaasd aan.

Ik moet naar de tiende” zegt ze geïrriteerd, dus dan moet ik toch achter jullie staan”? Blij dat we toch met haar mee mogen, stappen we even daarna weer in. Nauwlettend volgen we de lampjes om te zien welke verdieping we passeren. Op de vijfde stopt de lift en als de deuren opgaan zien we twee mensen staan, ook met een rollator. “We zitten vol… kan niet!”, gilt het dametje achter ons, maar omdat ook deze mensen doof zijn duwen ze gewoon hun rollator naar binnen. Ik voel de wielen van de eerste rollator over mijn tenen rijden en schuif zover mogelijk naar de zijkant van de lift. “Au”, roept mijn dochter even daarna als de tweede rollator haar been schampt. Niemand reageert en ik voel de ergernis opkomen. “Misschien hebben ze het niet in de gaten” denk ik nog, maar als op de zevende verdieping de lift weer stopt, krijg ik een duw in mijn rug. “Nou vooruit”, dirigeert het oude dametje achter ons. “Jullie moeten eruit”!  Als ik tegen haar zeg dat we er nog niet zijn, kijkt ze me boos aan en vraagt waarom we dan op het knopje hebben gedrukt. Ik besluit er niet op in te gaan en doe alsof ook IK doof ben.

Op de achtste stappen wij opgelucht uit. Wel zeggen we nog netjes gedag, want dat hebben we ooit zo geleerd van onze ouders. “Oude mensen zijn niet altijd aardig, hè?”, zegt mijn dochter. En ja… Helaas. Ik moet haar gelijk geven en als je dan denkt dat je alles hebt gehad, begint even daarna ook mijn moeder nog tegen ons te mopperen.

“Weet je wat ik heb meegemaakt vanmiddag”, begint ze haar verhaal. “Nou” zeg ik op mijn hoede, want ik ben op alles voorbereid. “Ik kreeg vanmiddag een kroketje tijdens het eten”. “Lekker oma!”  zegt mijn dochter spontaan. “Ja, lekker… inderdaad”, zegt oma nu boos. “Maar wat denk je wat? Pikt dat mens dat naast me zit gewoon mijn kroket van mijn bordje”. Helaas ziet mijn moeder dat ik een beetje moet lachen. “Lach jij maar”, roept ze verbolgen. “Dat mens heeft het achter haar ellebogen”. Ik probeer haar te sussen door te zeggen dat die mevrouw vast een beetje in de war was en misschien zelfs doof, maar mijn moeder is niet voor rede vatbaar. ”Ik zei nog: mevrouw, u eet mijn kroketje op, maar wat denk je: Ze at gewoon door. Deed net of ze me niet hoorde ”. Met de grootste moeite hou ik nu mijn gezicht in de plooi. “Wat vreselijk ma”, zegt ik meelevend en kennelijk verwacht ze van mij dat ik er mijn mening over geef. Na een lang verhaal begrijp ik dat mijn moeder van de zuster een ander kroketje heeft gekregen, maar daar was de zaak niet mee afgedaan. “Ze zeiden er niks van, snap jij dat nou?” klaagt mijn moeder. “Pfff… “, denk ik, “waar maken ze zich druk over”, maar tegelijker tijd begrijp ik best dat er ook niet zoveel meer gebeurd in hun leven. Natuurlijk ben ik het met haar eens, maar zonder dat ik het wil, zie ik opeens een kleuterklasje voor me. “Mevrouw de Vries… dat mag toch niet! U mag toch zo maar niet het kroketje van uw buurvrouw opeten. Gaat u maar even in de hoek staan met uw rollator”. Ik zie het zo voor me en schiet nu zowaar in de lach. “Nou zo leuk is dat niet”, hoor ik mijn moeder zeggen. “Jij hoeft hier niet te wonen” en opeens weet ik het zeker. Ik wil later nooit in zo’n tehuis wonen. Mijn vader had gelijk! Wel krijg ik steeds meer bewondering en respect voor de mensen die er werken.

Als we aan het einde van die middag weer samen in de auto zitten praten we er nog wat over na. “Wil jij mama alsjeblieft een pilletje geven, als ik ook zo word”? zegt ik gekscherend, maar vanuit mijn ooghoeken zie ik dat mijn dochter het niet opneemt als een grapje. Serieus pakt ze mijn arm: “Nee hoor mam…” hoor ik haar verschrikt zeggen. “Jij wordt vast niet zo… en als het wel zo is dan doe ik het toch niet, want ik hou van jou”. Ik krijg een brok in mijn keel, want dat is het hem nou juist. We houden nog steeds heel veel van die oudjes, want ooit waren het toch onze lieve verstandige ouders. Dus hoe lastig en onaardig ze soms ook zijn, we willen ze nog niet kwijt en zullen goed voor ze zorgen.

Meer van Ellen lezen? Kijk dan hier.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top