Leuk, zo’n Paasweekend

Het is woensdagavond, 20:10 uur. Eigenlijk ben ik al tien minuten vrij, maar nu pas kan ik het laatste telefoongesprek beëindigen. Ik ben kapot, gaar en zit er compleet doorheen. Na een dag lang héél vaak dezelfde vraag te hebben gekregen (waar blijft m’n zorgtoeslag/huurtoeslag/welke toeslag dan ook) en hetzelfde antwoord te hebben gegeven (geduld, het is onderweg) ben ik toe aan vijf dagen vrij. De weersverwachtingen zijn goed, dus dat belooft wat. En voor het eerst in jaren hebben we geen familieverplichtingen tijdens Pasen. Ik ben van plan heel veel op te ruimen in huis, schoon te maken en met Thijmen te spelen.

’s Avonds op de bank stort ik écht in en doodmoe ga ik vroeg naar bed. Als ik ’s nachts naar de wc moet, heb ik knallende koppijn, maar dat gebeurt wel eens vaker, dus ik maak me nog geen zorgen. Tot ik de volgende morgen op wil staan. De koppijn is erger geworden, mijn hele hoofd zit vol, mijn keel is dik en al mijn spieren doen mij pijn. Dat wordt dus een dagje rustig aan doen…

Wat volgt zijn vier dagen heel erg rustig aan doen. Een hele lange nacht slaap wordt gevolgd door een middagdutje, slapen op de bank, stilzitten, ziek zijn, zielig zijn. Als het minder lijkt te worden komt er een koortsaanval, als ik eindelijk denk dat het nu toch echt over is een lichte keelontsteking. Ik heb niet vaak de griep, maar als ik hem heb krijg ik alles er gratis bij. Dan heb ik hem goed. Ondanks het werkelijk schitterende weer zit ik binnen in een lange broek en trui en heb ik het gevoel alsof ik in een hele donkere grot leef. Eten lukt nauwelijks, drinken gelukkig wel zolang het maar appelsap is. Van de rest van de wereld krijg ik nauwelijks iets mee. Voor de verandering ben ik een heel stil persoontje. Praten doet me pijn.

Thijmen gedraagt zich gelukkig voorbeeldig. Hij lijkt – net als de kat die steeds heel lief bij me komt liggen – door te hebben dat ik ziek ben en weinig kan hebben. Hij huilt nog minder dan anders, schopt nauwelijks als ik hem voer en slaapt voorbeeldig. In principe zorgt mijn lief voor hem, maar vrijdag moet hij weg. Thijmen zou eigenlijk naar de crèche gaan, maar die blijkt gesloten. Dus zit ik daar alleen thuis: een ziek en zielig hoopje dat het even alleen moet zien te rooien met haar kind. Het lukt me uitstekend. Pap voeren is nooit zo heel erg moeilijk en dit keer draait Thijmen niet één keer zijn hoofd weg en houdt hij op met tegen het bordje trappelen als ik zijn beentjes stilhou. Daarna vermaakt hij zich uitstekend alleen in zijn wipstoeltje, zodat ik op de bank kan liggen dutten. Tijdens de lunch heeft hij alleen maar dorst en dat flesje lukt me nog wel, net als hem naar boven dragen en in bed stoppen. Daarvan ben ik dusdanig uitgeput dat ik tegelijk met Thijmen in slaap val…

Als ik een paar uur later mijn ogen opendoe, zie ik mijn lief met Thijmen op de rand van het bed zitten. Even ben ik volmaakt gelukkig. Dan voel ik m’n zieke lijf weer…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top