Lieve (onbekende) meneer…

Ik wil u bedanken en tevens mijn excuses aanbieden. U was namelijk afgelopen zaterdag zo vriendelijk om uw plekje aan ons af te staan. Toch had dat echt niet gehoeven hoor, want ik had het juist leuk gevonden als u was blijven zitten.

Dan waren we gewoon bij u komen zitten, als U dat tenminste goed had gevonden.

Het was die zaterdag erg druk in de lunchroom en omdat u alleen aan een grote tafel zat, vroeg ik aan de serveerster of we er misschien bij mochten gaan zitten. De serveerster liep gelijk naar u toe en tot mijn schrik zag ik dat u opstond en aan een anders tafeltje plaats nam. Dat was echt niet mijn bedoeling hoor. Die serveerster had dat verkeerd begrepen meneer, want ik wilde u niet wegjagen. Mijn broodje smaakte heerlijk, maar toch moest ik steeds naar u kijken, want u deed me zo aan mijn vader denken. Die kon ook zo lekker genieten van een kopje koffie. Ik zag dat u uit het raam keek en het leek net alsof ik uw gedachten kon lezen.

“Even weg…. Even mijn fiets uitlaten ”, zei mijn vader altijd en ook u was vast zomaar lekker even de stad in gegaan. Dat het druk was vond u vast geen probleem. Misschien vond u het juist wel gezellig,want u maakte graag een praatje. Vroeger bestelde u vast twee kopjes koffie en misschien wel meer, maar dat waren andere tijden. Ik zie dat u om u heen kijkt naar al die vrolijke mensen en vooral de kinderen trekken uw aandacht. Even gaat uw blik naar mijn jongste dochter ze krijgt een knipoog van u. Dat deed mijn vader ook altijd bij kinderen, alleen deed hij het met twee ogen tegelijk. Dan opeens zie ik dat er iemand naar u toe loopt en bij u blijft staan. Of de stoel tegenover u nog vrij is, hoor ik vragen en weer knikt u vriendelijk. Ik zie een oude man, alleen aan een tafeltje met niemand tegenover zich, zelfs geen lege stoel meer en ik krijg een brok in mijn keel.

Ik zou niets liever willen dan aan u vragen of u gezellig bij ons komt zitten, maar ik ben te laat. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat u op staat en naar de kassa gaat om te betalen en uit uw jaszak haalt u net zo’n zwart knipportemonneetje als mijn vader altijd had.  Een opgevouwen briefje van vijf komt te voorschijn en met een vriendelijk “laat u de rest maar zitten” loopt u langzaam naar de deur. “Zit mijn jasje goed… zit mijn dasje goed… vader gaat op stap”. Ik hoor het mijn vader nog zeggen en dan opeens loopt er een traan over mijn wang. “Wat is er mam”, vraagt mijn dochter. “Vuiltje in mijn oog”, lieg ik en snel dep ik met mijn servetje mijn wang weer droog. Dag meneer zeg ik als u langs ons tafeltje komt, maar u hoort mij niet. Waarschijnlijk een beetje doof… net als mijn vader. Lieve onbekende meneer, ik hoop dat u nog heel veel kopjes koffie mag drinken en als ik er ben, komt u dan aan mijn tafeltje zitten, want dat vind ik zo gezellig!

Meer lezen van Ellen? Dat kan hier!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top