Mevrouw Worst

Het begint al een beetje donker te worden, als ik in mijn auto stap. Op het klokje zie ik dat het kwart over vier is en tevreden start ik de motor. Ik heb mijn wekelijks bezoekje aan mijn moeder weer achter de rug en met een beetje geluk ben ik nog net voor de files op weg. Bij de grote weg aangekomen, stop ik. Het is een lastige kruising met dubbele rijbanen en even zoveel fietspaden aan beide kanten. Langzaam trek ik op, maar sta gelijk weer stil. Het voelt alsof ik tegen een stoeprand ben gereden. Opeens zie ik door mijn rechter zijraampje twee armen omhoog komen en driftig heen en weer zwaaien. “Hee… Ik heb vóórraang!”, hoor ik iemand schreeuwen en als ik uitstap zie ik opeens wat er is gebeurd. De schrik slaat mij om het hart als ik een bejaarde vrouw op een scootmobiel zie zitten, die schuin tegen mijn auto staat. Snel loop ik naar haar toe, maar als ik bij haar ben begint ze gelijk (in plat Utrechts) tegen me te schreeuwen: “De mense hebbe hier vóórraang hoor, as jij dat nog nie wis!” Geschrokken zeg ik, dat ze helemaal gelijk heeft en ik haar niet had gezien. Ik krijg de indruk dat ze me niet hoort. “Ik wil de Pliessie erbij hebbe”, zegt ze boos “want ik heb je kenteken!” Ik voel dat ik een beetje pissig begin te worden, want ik zal wel de laatste zijn die in zo’n situatie weg zal rijden. Als ik wel vijf keer heb gezegd, dat ik bij haar zal blijven tot de politie er is, begint ze wat te kalmeren.

“Is alles goed met u mevrouw?”, vraag ik bezorgd en dan begint ze te kermen: “Ohw… me hele arm leg uit de kom” roept ze en ik schrik me rot. Als ik naar haar arm wil kijken mag dat niet en praat ze eroverheen. ‘Kijk”, zegt ze “Ik heb ook reuma en een hernia en daarom heb ik een scootmobiel, snappie?”. Ik snap het helemaal en als ze verteld dat ze ook nog jarig is, snap ik OOK waarom ze een krat pils tussen haar benen op de scootmobiel heeft staan. Ik neem de situatie in me op en zie tot mijn schrik dat er nog meer scootmobiels om ons heen zijn komen staan. Het blijken allemaal bekenden van haar te zijn. “Ik mot effe een peukie hoor, Annie”,  hoor ik haar tegen iemand zeggen en in volle vaart rijdt ze achteruit naar Annie toe. Dat ze daarbij een lantaarnpaal schampt, schijnt haar niet te deren en opeens vind ik haar niet zo zielig meer. Als ze even later een sjekkie van Annie zit te draaien, kan ik het toch niet laten: “Volgens mij gaat het wel goed met uw arm, hè mevrouw?” Verbaasd kijkt ze me aan. “Me aarm… Oh ja, Het vaalt tog wel mee geloof ik” en opgelucht haal ik adem. Ondertussen neemt ze hoestend een paar flinke halen van haar sjekkie en wachten we met zijn allen op de politie. “Wat leg doar… paak es op!” commandeert ze en ik buk me om iets van plastic op te rapen. Het blijkt het kapje van haar lamp te zijn en ze trekt het uit mijn handen. “Geef moar hier”, zegt ze als ik het terug op haar lamp wil drukken. “Aanders goat daat ook nog mis!” Nee… ik kan in haar ogen niet veel goed meer doen. De politie komt, kijkt en vertrekt weer binnen vijf minuten, zonder iets te hebben genoteerd. “Hee… schrijve jullie niks op?”, krijst de vrouw tegen één van de agenten. “Daar zijn wij niet voor, mevrouw” zegt de andere agent. “Dit moeten jullie zelf oplossen”. Daar sta ik dan midden tussen de scootmobiels en ik schrijf mijn gegevens dus maar op een briefje. Omdat ik ook HAAR gegevens wil, pak ik nog een briefje en vraag hoe ze heet: “Wosj” roept ze en nogmaals vraag ik naar haar naam. Ze blijkt inderdaad mevrouw Worst te heten en tot mijn verbazing schelen we maar twee jaar in leeftijd. Als ik alle gegevens heb opgeschreven en heb gecontroleerd of mevrouw Worst veilig thuis kan komen, stap ik weer achter het stuur. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik haar tussen een colonne van scootmobiels wegrijden.

Inmiddels zijn we ruim anderhalf uur verder en rijd ik zo de file in. “Eigen schuld dikke bult”,  mopper ik tegen mezelf en bel naar huis om de stand van zaken door te geven. “Mama is een beetje later. Ik heb pech gehad”, zeg ik tegen mijn dochter en even is het stil. “Wat voor een pech?’, hoor ik haar vragen. “Ik heb zowat mevrouw Worst van haar scootmobiel gereden”, zeg ik en weer is het stil aan de andere kant van de lijn.  “Ja… ja… mama, dat is goed hoor, we zien je zo wel. Je zit zeker in de file, hé?” De verbinding wordt verbroken. Opeens moet ik een beetje lachen, omdat ik zeker weet, dat zij denkt dat ik een grapje maak.

 

De volgende dag vul ik netjes het schadeformulier in en bel mevrouw Worst toch nog even, want dat is netjes. Ze was tenslotte jarig geweest  Ik krijg haar gelijk aan de telefoon, maar als ze hoort wie ik ben zakt haar stem drie octaven. Ach ja… ze had toch maar even de dokter gebeld “want je ken nie wete, hè?”

Nou ja… Ik wacht maar rustig af en hoop dat het allemaal toch nog meevalt, want een dubbele hernia of erger, DAT gun je toch niemand. Zeker mevrouw Worst niet!

P.S. Achteraf blijk ik toch nog een enorme deuk in mijn spatbord te hebben. In Utrecht zouden ze dan zeggen: “t Zal je een Worsj weze”… maar ik baal er van. Ik ga vanaf nu nog beter opletten. Een goed begin van het nieuwe jaar is het in ieder geval niet, maar ik heb er wel weer wel een leuke column aan over gehouden. “Ja togg… nietaan?” 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top