Naar het consultatiebureau met een driejarige en advies krijgen van een newborn mama

Naar het consultatiebureau gaan, is vrij gemakkelijk met baby’s. Ze hobbelen met je mee in de kinderwagen en laten zich (bijna) probleemloos uitkleden, meten en wegen. Ja oké, dat prikje, die volkomen onverwachtse pijnscheut, terwijl ze heerlijk relaxed bij je op de arm liggen, dat is echt heel naar (arme zieltjes!). Maar, over het algemeen, zeker als je zelf niet zoveel te melden hebt en ze je daardoor ook nauwelijks ‘aan de tand gaan voelen’ gaat zo’n bezoekje vrij eenvoudig.

Maar dat bezoekje met die driejarigen, die al een jaarlang niet meer naar het consultatiebureau zijn geweest en zich niet meer herinneren hoe het was, dat is een ander verhaal. Ze zijn op dat moment bang voor het onbekende en ook zitten ze vaak nog midden in een koppigheidsfase. Hier is mijn verhaal van het consultatiebezoek met mijn (derde) driejarige dochter…

naar het consultatiebureau

Naar het consultatiebureau met een kind van 3

Toen ik de brief ontving dat mijn jongste naar het consultatiebureau moest, besloot ik (door de ervaringen die ik ermee had met mijn andere dochters) om haar vooraf goed voor te bereiden. Ik vertelde haar precies wat haar te wachten stond. Haar eerste reactie was: ‘Nee, dat wil ik nieieiet!’. Maar toen ik haar er nog een paar keer over vertelde en mijn middelste dochter heel stoer vertelde over haar laatste consultatiebureaubezoek, waarbij ze allemaal leuke spelletjes mocht doen, zag ik langzaam een glimlach op haar gezichtje verschijnen. Op naar het consultatiebureau dus.

Lees ook: Gedoe bij het consultatieburo

Het begin valt niet tegen, ze heeft er zin in

‘Kom mama! We gaan nu op de fiets naar het consulatiebuooo!’ Dat klinkt goed. Ze heeft er zin in! ‘Wil je met de trap of met de lift?’, vraag ik als we er zijn. ‘Met de lift’ en blij drukt ze op de knopjes van de lift. Vrolijk loopt ze met me mee naar binnen, maar eenmaal binnen begint ze het toch wel erg spannend te vinden. Ze klampt zich aan me vast. ‘Kom, dan ga ik je nu uitkleden.’ ‘Nee, dat wil ik niet!’, zegt ze boos.

Het is ook wat dat die kleintjes zich in een wildvreemde omgeving uit moeten gaan kleden! We hebben nog even de tijd, dus ik laat haar nog even spelen. Ze verzamelt wat speelgoed op de tafel en gaat daarmee spelen, veilig bij mij op schoot. Ondertussen doe ik nog een voorzichtige poging om haar kleren uit te trekken, maar dat wil ze echt niet. ‘Het hoeft niet persé, als ze maar gemeten en gewogen wordt en dat mag ook met kleren aan.‘ , zegt de mevrouw achter de balie. Oké, prima, op naar de volgende uitdaging.

Meten en wegen? Ho maar, té spannend

We lopen samen naar de muur met het meetlint en de rode voetjes op de grond. ‘Kijk, dan mag jij hier met je voetjes op gaan staan.’ Ik wijs naar de rode voetjes op de grond. Ze kijkt me angstig aan. ‘Nee!’ Oké, ik moet iets anders verzinnen… ‘Kijk, mama doet het voor.’ Ik ga zelf op de rode voetjes staan en haal het meetlint naar beneden, wat een raar geluid maakt. Ze schrikt en doet een paar stappen achteruit… Oké, dan maar eerst de weegschaal. Ik wijs naar het grijze ijzeren geval op de grond.

‘Ga daar maar op staan.’ Maar ik voel hem al aankomen. Ze voelt zich hier duidelijk niet veilig en haar pet staat dan ook nergens naar… Ik kijk de mevrouw achter de balie vragend aan.  ‘Het mag ook na het gesprek.’, zegt ze. ‘Ja, dat lijkt me beter. Ik kan hier de strijd wel aangaan, maar dan voelt ze zich nog ongemakkelijker en eindigt het naar het consultatiebureau gaan in een fiasco.’

Ze vind haar leuk, yes!

Dus daar zit ik dan met een bang kind op schoot, dat haar kleren nog aan heeft en nog niet gemeten en gewogen is. Op naar de volgende stap. De mevrouw die ons komt halen, is heel vriendelijk. Mijn dochtertje mag het speelgoedje mee naar binnen nemen waar ze op dat moment mee speelt. Ook negeert ze mijn dochter even (heel wijs), zodat ze uit zichzelf ‘los’ komt en spontaan met de mevrouw begint te praten (Yes, ze laat zien dat ze al lange zinnen kan zeggen). Ook de blokjes bouwt ze moeiteloos na en zelfs het bouwwerkje (een bruggetje met maarliefst drie blokjes) dat volgens de mevrouw bestemd is voor 3.8 jarigen kan ze al. Yes, ze is ook nog eens wijs. Als de mevrouw zegt: ‘Wat een leuk kind heb je!’ (wat ze waarschijnlijk over elk kind zegt…) ben ik nóg trotser op mijn dochter.

Lees ook: mijn kind ontwikkelt zich uitzonderlijk snel

En dan komt de waarschuwing

Maar, daar komt de volgende stap, de ogentest. Ze mag bij me op schoot, dat is nog oké, maar dat rare brilletje, dat vindt ze helemaal niks. De bril wordt weg gelegd. In plaats daarvan moet ik mijn hand voor haar oog houden, maar die duwt ze steeds weg, waardoor ze de test met twee ogen doet. Tja, dat zegt natuurlijk niks. Maar het is oké. ‘Bij het volgende bezoek proberen we het weer.’ De mevrouw geeft me het volgende mee als we naar de wachtkamer terug lopen: ‘Probeer haar nog een keer te meten en te wegen. En denk eraan! Je moet haar niet het gevoel geven dat ze met alles weg kan komen!’ Ow, ben ik zo’n moeder volgens haar! Grrr.

De strijd met mijn kind van 3

Nou, lekkere opdracht dan. Ik wil niet de strijd aangaan, maar mag haar ook niet ermee weg laten komen. Pfff. En daar sta ik weer met mijn dochter bij het meetlint. Ik doe een eerste wanhopige poging, maar ze heeft er natuurlijk nog steeds geen zin in en loopt weg richting de speelhoek. Alwaar ze vrolijk met een vliegtuigje gaat spelen. Een jong stel met een rustige  baby zit geïnteresseerd naar ons te kijken en te glimlachen. Ze zijn duidelijk nieuwsgierig naar hoe ik dit aan ga pakken. Ik kijk ze vragend aan: ‘Hebben jullie een tip?’. ‘Maak er een spelletje van met het vliegtuigje!’, zegt het meisje enthousiast. Er een spelletje van maken! Dat ik daar zelf niet aan heb gedacht! Ik krijg weer hoop.

Het advies van de newborn mama werkt!

‘Zullen we eerst het vliegtuigje gaan meten!?’, zeg ik enthousiast en met een grijns op mijn gezicht. Zo wordt het nog een grappige situatie: ik bezig met de briljante tip van een ander, die me samen met een aantal andere ouders toelacht en gadeslaat. Ze komt meteen naar me toe en zet het vliegtuigje op de rode voetjes. Ik haal het lint naar beneden en ze begint te lachen en gaat zelf op de rode voetjes staan. Waow, zo doe je dat dus! Ook het wegen weet ik met gemak met een grappig spelletje te bereiken. Ik weet het ook allemaal wel, maar ik moet dit toch écht vaker gaan doen: mijn creativiteit en humor uit de kast halen!

‘Jullie hebben zeker ook kinderen van deze leeftijd?’, vraag ik aan het jonge stel. ‘Nee, maar ik werk met peuters’, antwoordt het meisje. Oei, denk ik bij mezelf: Ik heb ook met peuters gewerkt én ik heb al twee oudere dochters! Ach kan mij het schelen. Ik vertel het ze. En ik voeg daar nog aan toe: ‘Zoveel ervaring, maar ik snap er nog steeds niks van.’ Er wordt hartelijk om gelachen. Ook door alle andere ouders met baby’s. ‘Een spelletje werkt vaak goed’, zegt het meisje vriendelijk. ‘Ja, en rustig blijven en erom blijven lachen’, voeg ik er aan toe. Opgelucht dat we naar het consultatiebureau gaan weer af kunnen strepen van ons lijstje.

Gebruikte afbeelding via Shutterstock

4 REACTIES

  1. Dit is dus precies waar ik met J ook bang voor ben. Over een maand of 2 mogen we voor het 3-jarigen consult. Deze week nog bij de huisarts geweest en toen had hij ook nergens zin in. Wel fijn dat de ‘newborn mama’ je hulp kon bieden. Ik ga die tip ook zeker meenemen!

  2. Ik kan me dat zo goed voorstellen. Hier ook drie meiden en nog ben ik soms aan het puzzelen. Zelfs als we de fase al eens hebben gehad haha. Dat spelletje ga ik onthouden want onze peuter moet in juli ook voor de afspraak (3). Kijkend naar haar karakter vermoed ik dat we hem nodig gaan hebben 😉

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here