Nederig en dankbaar

Afgelopen zaterdag had ik een uitje. Mijn nicht vierde haar 55ste verjaardag door met een groepje van 10 vrouwen (vriendinnen en familie) een middag en avond door te brengen. Ze had een leuk programma samengesteld dat ons voerde naar Amersfoort. We bezochten eerst de Mannenzaal van een oorspronkelijk Gasthuis, daarna brachten we een bezoek aan museum Flehite. Ook stond er een boottocht door de grachten op het programma met als afsluiter een heerlijk diner in één van de vele restaurants die Amersfoort rijk is.

Ik ben ooit toen ik tien was of zo een keer met mijn moeder op de brommer naar Amersfoort geweest. Daarna eigenlijk nooit meer. Jammer, want wat een leuke stad is dit toch. Er is nog zoveel van vroeger bewaard gebleven en daar kan ik echt van genieten.

Wat erg veel indruk op me heeft gemaakt, was ons bezoek aan de Mannenzaal. Dit is het nog bestaande gedeelte van het enige gasthuis dat in Nederland bewaard is gebleven. Oorspronkelijk was het gasthuis alleen bestemd voor zieken, later werd het een bejaardentehuis met een apart vrouwen- en mannengedeelte. Het vrouwengedeelte is gesloopt maar de ingang met de kapel en de achterliggende zaal voor de mannen is bewaard gebleven.
Heel bijzonder is dat wij ook nu (in 2011) kennis kunnen maken met de bewoners van de Mannenzaal. Rolspelers maken het namelijk mogelijk dat bezoekers zich kunnen onderdompelen in het dagelijks leven van een verzorgingstehuis anno 1907.

De Mannenzaal uit 1531-1536 is samen met de 15de-eeuwse kapel het enige restant van het voormalige Sint-Pietersgasthuis. Het is zelfs de laatst bewaard gebleven gasthuiszaal in Nederland. De zaal is nu ingericht zoals het in 1907 was.

In 1907 waren de meeste gastelingen vrijgezel of weduwnaar. Het waren arbeiders of handwerkslieden en ze hadden het er relatief goed. Ze kregen beschikking over een eigen bedstee en een kist. Het gasthuis zorgde voor kleding, schoenen, voedsel, koffie en zelfs tabak. De verse groenten kwamen uit de tuin. De gastelingen hadden redelijk veel vrijheid en konden uitgaan. Maar bezoek was alleen welkom op woensdagmiddag. De binnenvader- en moeder bewaakten de orde en netheid. De gastelingen moesten zich eens per week wassen, eens per twee weken werden de bedden verschoond en regelmatig werden de kisten gecontroleerd op bedorven etenswaren. Men trad streng op tegen alcoholmisbruik en grof taalgebruik.

Bron: www.amersfoortopdekaart.nl

Ik had echt het gevoel 100 jaar terug in de tijd te gaan toen ik de zaal binnenstapte. Alles is oorspronkelijk en geeft een ontzettend goed beeld van hoe men destijds leefde in een verzorgingstehuis. De zaal biedt plaats aan 22 mannen en iedere bewoner heeft zijn eigen plekje, bestaande uit een bedstee (met po), een tafel met stoel en een kist voor je bezittingen. Het midden van de zaal is in gebruik als gezamenlijke ruimte, waar gegeten werd en koffie gedronken. In principe hadden de mannen alles wat ze nodig hadden: een onderkomen, een bed, hun natje en hun droogje…..maar een totaal gebrek aan privacy. Dit is ook de reden waarom de bedstee maar 150cm lang was. Bij deze geringe lengte kon je er niet in liggen, waardoor je dus half zittend moest slapen. En dat was nou net de bedoeling, want dan werd er minder gesnurkt!

Ik vond het zó interessant om te zien hoe men in die tijd leefde. Het deed me meteen beseffen hoe goed wij het nu met z’n allen hebben. Het gaf me een nederig en dankbaar gevoel. Wij kunnen ons nu niet meer voorstellen zo te moeten leven. De mannen die hier woonden, hadden goede opvang en waren tevreden. Natuurlijk wisten zij ook niet beter. Toch heb ik enorm veel respect voor hen en hun verzorgers.

Aan het einde van de dag konden we terugkijken op een zeer geslaagd uitje. Heel leuk om nieuwe mensen te leren kennen en heel mooi om een stukje van onze vervlogen cultuur te ervaren.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top