Ode aan de stofdoek, door Rachelle Verhage

Ik schets een plaatje voor de beeldvorming; het jaar is 1987 in een klein toeristisch dorpje, een kustprovincie van Nederland. Elk voorjaar begon de jaarmarkt, die elke maandag een groot scala aan plaatselijk publiek de straat optrok, waardoor deze dag prompt werd uitgeroepen tot ‘paling dag’. Alle ouders van mijn vriendinnetjes aten die avond paling, die vader zelf pelde aan het hoofd van de eettafel.

De waslijnen hingen altijd vol met was, je proefde de zilte lucht en verwachtte min of meer dat vrouwen hun was nog in wastobbes wasten aan de rand van het dorp. Hier groeide ik op, samen met mijn vader, moeder en broertje. Wij speelden oorlogje in de duinen met een grote groep kinderen en fietsten als kleuters al alleen naar school. Irritaties waren er bijna niet, het leek een perfecte wereld als kind.

Behalve eens per jaar. Als de winter op zijn einde liep, de krokussen brutaal uit de grond kwamen geschoten, en je de lente bijna kon ruiken, kreeg menig huisvrouw de kriebels. Inclusief mijn moeder. Als dan de dag aanbrak dat het zonnetje de wereld verblijdde en fel scheen boven ons huis. Als de regen die dag uitbleef en de kou voorzichtig richting noorden ging, ging ze aan de slag. Ze stroopte haar mouwen op en liep kordaat naar de bovenverdieping onder het mom ‘een helpende hand hangt onder aan je eigen arm’.

Alle bedden werden afgetrokken en de matrassen naar buiten gesleept. Deze werden tegen de schutting aangezet om er vervolgens met de mattenklopper eens flink tegenaan te slaan. Daarna moesten ze ‘luchten’ waardoor moeders weer naar binnen verdween. Kasten werden leeg getrokken en mijn broertje en ik kregen een emmertje met sop en een geel nat doekje om onze kamers eens lekker nat af te nemen. De vloerkleden werden over de diverse waslijnen gehangen om met diezelfde mattenklopper dusdanig uitgeklopt te worden dat je bijna medelijden kreeg met die arme kleedjes.

Nadat alles de zon had mogen voelen, werd het weer netjes naar binnen getild, en als je denkt dat het hier ophield, heb je het mis. De meubels werden allemaal (geen uitzonderingen) met een droge stofdoek in de boenwas gezet. Waardoor het nog dagen naar deze penetrante lucht rook. “Heerlijk weer zo’n schoon huis”, riep mijn moeder dan voldaan als deze zware taak erop zat. Je zou denken dat mijn broertje en ik er iets aan over gehouden zouden hebben, maar dat is niet het geval. In onze huizen geen boenwas of stofdoek te vinden. Je kunt bij ons letterlijk van de vloer eten, en bij de eerste zonnestralen zijn we op het terras te vinden met een heerlijk wijntje als verwennerij; ‘heerlijk zo’n wijntje!’

Maar nu had ik laatst zo iets vreemds… vorig weekend bleek het heerlijk weer… Nadat ik de achterdeur open gezet had, bedacht ik me dat ik net zo goed alles even lekker nat af kon nemen. Onze drie kinderen stonden nog diezelfde middag met een emmertje sop op hun kamertjes.

Wil je meer lezen van Rachelle? Kijk dan hier

Artikelen die algemeen zijn, of ingezonden zijn door lezers van ons, maar niet door een vaste blogger, die staan verzameld onder 'MamsatWork'.

3 gedachten over “Ode aan de stofdoek, door Rachelle Verhage”

  1. Ik vind instinct een hele goeie! Wij moeders willen ons ‘nest’ voor onze kids lekker schoon houden. Nou, soms lukt me dat en soms niet.. niet zo streng zijn voor jezelf inderdaad, bedankt voor de leuke reacties!

  2. Rachelle,

    Mooie blog!
    Denk dat het stiekem toch een soort instinct uit de oertijd is dat wij ons nest op orde brengen voor onze kroost!

    Maar ik denk dat we tegenwoordig wat doorslaan in onze schoonmaakacties met allerlei zwaar chemische schoonmaakmiddelen… Mijn kraamhulp zei toen ik net bevallen was: “je moet de reinheid uit de drie r’en Rust-Reinheid-Regelmaat interpreteren zoals onze oma’s deden: op tijd de bezem erdoor en de natte doek erover. Vroeger hadden ze veel minder chemische troep om mee schoon te maken en tegenwoordig wordt ons aangepraat dat we dat allemaal nodig hebben omdat we anders omkomen in de bacteriën. Een niet té schoon huis is beter voor de weerstand van je baby. Maak dus vooral niet teveel schoon!”. Waarop mijn man zei tegen de kraamhulp: “maak je daar ook maar geen zorgen over!”. Ik vond het een goed excuus om mijn schoonmaakbeleid precies zo te handhaven als het was.

    Ik ben het type dat alles wel redelijk bijhoud waar nodig en ineens zo’n actie start als jouw moeder. Prima toch. Kinderen herinneren zich later niet dat het huis altijd zo fijn schoon was, maar juist dat ze er zo fijn mochten spelen en zichzelf mochten zijn, ook als dat betekent dat het cakebeslag tegen de muur zat…

  3. Jeanne van Dijk

    Leuke blog, ik herken er veel in. Niet van mijn moeder hoor, die was en is nog steeds geen poetser. Ik herken het van mijn oma en de 6 zussen van mijn vader. Wij woonden naast mijn oma en in het voorjaar ging het dan zoals jij het beschrijft. Eén of meer tantes kwamen dan helpen, want oma kon het niet meer alleen natuurlijk.

    In jouw geval blijkt, dat je er toch nog wat van mee hebt gekregen. Dat is ergens toch heel fijn. Ik wilde dat dat bij mij ook het geval was. Maar helaas, het “poets-gen” heeft zijn weg naar mij niet gevonden.

    Groetjes,
    Jeanne

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top