Groot onderzoek deel 1

Tussen de reclamefolders uit vis ik twee brieven: één van de belastingdienst en één gericht aan ‘de ouders/verzorgers van…’ Ik scheur de envelop, afkomstig van de GGD, open en begrijp uit het schrijven dat we de volgende dag al mogen verschijnen bij de assistente van de jeugdarts voor een onderzoek. Tevens wordt ons gevraagd de bijbehorende formulieren in te vullen. Ik ga er maar eens voor zitten.

De eerste vragen zijn nog gemakkelijk (naam, adres, enz.), daarna komt een vragenlijst aan de orde waarbij vijf keuzes gemaakt mogen worden (niet waar, beetje waar, waar, meer dan waar, zeker waar). Bij sommige vragen gaat de fantasie met me op de loop (‘Liegt of bedriegt uw kind?’ ‘Is uw kind agressief?’) en zie ik roodharige jongetjes met Chucky-achtige trekken en meisjes met ronddraaiende hoofden en een merkwaardige manier van voortbewegen voor mijn geestesoog verschijnen.

Ik prijs mezelf gelukkig dat mijn kinderen zich meestal engelachtig gedragen en waag me aan het volgende onderwerp: ‘Wat vindt u het leukste aan uw kind?’ Tja, wat vind ik het leukste? Mijn middelste houdt van knuffelen, kan goed zelfstandig, maar ook prima met anderen spelen, is soms verlegen, kan hele gekke gezichten trekken en is gek op dansen. ‘Dat ze lief is en soms uitbundig,’ vul ik in het omkaderde vlak in.

Op de laatste bladzijde wordt gevraagd om een tekening van het betreffende kind. Ik roep Middelste en wijs haar op het blad papier: ‘Hier mag je, binnen de lijntjes, tekenen wat je het allerliefste eet en daar mag je een poppetje tekenen.’ Dochter knikt en neemt een zwart potlood ter hand. Terwijl ik aan het koken sla, tekent mijn kind driftig door. Wanneer de aardappels opstaan, werp ik een blik over haar schouder. Het poppetje heeft enorme handen, draagt vreemd gevormde schoenen en is in het geheel in dezelfde tint gehuld. De inhoud van het vakje met haar lievelingseten behoort absoluut niet tot een gevarieerde schijf van vijf. Ik zie rechthoeken en rondjes die geel ingekleurd zijn.

‘Wat zijn dat?’ vraag ik en wijs naar de vormen. ‘Frietjes en krieltjes,’ zegt ze. Tussen de vlakken zijn sierlijke krullen en dikke strepen in de kleur zwart aangebracht. ‘Mooi,’ zeg ik en vraag me af hoe de deskundige over deze chaos zal oordelen…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top