Op vakantie (deel 1)

‘Met de auto op vakantie?’ riep mijn moeder uit. ‘Helemaal naar Frankrijk? Met drie kinderen achterin?’
‘Het is maar acht uur rijden,’ zei ik schouderophalend. ‘We gaan naar Bretagne.’
‘Bretagne,’ zei ze. ‘Dat ligt toch in het zuiden?’
‘Ongeveer halverwege Frankrijk,’ antwoordde ik. ‘We wilden eerst naar de Cote d’Azur, maar het is natuurlijk de eerste keer dat we met drie kinderen rijden en we wilden nu niet te ver gaan.’
‘Niet te ver…,’ herhaalde mijn moeder. Ze schudde haar hoofd. ‘Ik zou er niet aan moeten denken.’
De verste reis die ik als kind gemaakt heb, was naar Center Parcs in Noord-Brabant, anderhalf uur rijden vanuit onze woonplaats in het uiterste zuidwesten van Nederland. Met vier personen van het vrouwelijke geslacht, dus voorzien van overvolle reistassen en boodschappen voor vijf dagen, allemaal in een Fiat Panda gestouwd. ‘Pfff,’ zuchtte mijn moeder toen ze het parkeerterrein opdraaide. ‘Eindelijk.’
Onze oudste twee zijn al in het uiterste zuiden van Frankrijk geweest. Heen overbrugden we de afstand in twee dagen en overnachtten we in een Etap-hotel waarbij de kleintjes tussen ons in op het tweepersoonsbed sliepen. In de auto keken ze filmpjes van de Teletubbies en ontelbare keren naar afleveringen van ‘De wielen van de bus’ waarvan de liedjes nu nog op mijn hersenschijf gebrand staan. Er hoefden niet vaak sanitaire noodstops gemaakt te worden, want de jongste zat nog in de luiers en een aanzienlijk deel van de reis werd door de koters slapend doorgebracht.
Onze jongste is nu drie jaar en met het plannen van de reis hebben we stilgestaan bij zijn ondernemende karakter. Ik pakte films in die hem het langst aan het scherm zouden kluisteren, sloeg een maandvoorraad aan pakjes Wicky in en schafte zo’n tekenbord aan waarbij je alles met één schuifbeweging wegvaagt. Zo durfden we de onderneming wel aan.
‘Jullie gaan onderweg toch wel wat keren stoppen, hè?’ vroeg mijn moeder.
‘Tuurlijk,’ stelde ik haar gerust. ‘Er zijn veel tankstations met uitbreiding, zoals buitenspeeltuinen en zo.’
‘Als het maar niet gaat regenen,’ zei ze. Ze zuchtte diep. ‘Of onweren.’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top