Op vakantie (deel 2)

‘Daar gaan we,’ zei M. Hij sloeg zijn portier dicht en draaide de sleutel in het contact om. ‘Hebben jullie er zin in?’
‘Jaaaa!’ riep ons drietal vanaf de achterbank. De oudste twee zaten op stoelverhogers en de jongste telg was stevig vastgesnoerd in zijn superveilige kinderstoel waarvan het bovenste deel van de gordel kan worden vastgeklikt op schouderhoogte. Ze zaten er prima bij. De vraag was voor hoelang.
Met het starten van de auto werden de schermpjes geactiveerd en het eerste uur waren de enige stemgeluiden die van de achterbank kwamen die van Shrek, Fiona, Ezel en de Gelaarsde Kat. Ik wisselde het lezen van een tijdschrift af met het naar buiten staren naar de horizon. Ik sloeg juist het eerste blad dicht, toen er een zacht stemmetje in mijn oor klonk. ‘Mama, ikke jou zitten?’
Ik probeerde rechterop te gaan zitten door mijn voeten tussen de tassen voor mijn stoel te verschuiven, maakte mijn gordel los, nam mijn zoon op schoot en klikte ons weer vast. ‘Eigenlijk geld ik toch ook als een soort van stoelverhoger?’ zei ik.
Samen met Zoon keek ik naar de auto’s om ons heen. ‘Zie jij een rode auto?’
‘Daar,’ wees hij. ‘Grote vrachtwagen.’
De nummerborden veranderden in witte met kleine rode cijfers en letters en daarna zagen we bijna alleen nog maar witte met grote zwarte tekens.
Bij Parijs belandden we in een file. ‘Kijk maar of jullie de Eiffeltoren zien,’ zei M.
‘Hé, Mickey Muis!’ riep Zoon die een levensgrote pretparkreclame spotte.
‘Ja, daar gaan we een andere keer naartoe,’ zei ik.
‘We zijn nu op de helft,’ zei M tegen mij. ‘Zullen we zo even stoppen?’
Een tiental kilometers verderop tikte zijn richtingaanwijzer en reden we een afrit op. Boven het tankstation hingen doeken met groene en gele kleuren. Naast het gebouw stond een enorm rood opblaaskussen.
‘Zijn we er al?’ klonk vanuit de achterbank.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top