Pubers en kinderpostzegels

pubers en kinderpostzegelsTien jaar en een beetje is hij nu. Een jongetje nog als je hem ziet. Helaas kunnen we dat niet altijd meer zeggen als hij zijn mond opendoet. In rap tempo stevent onze zoon af op de afgrond die pubertijd heet. Als de afgelopen paar dagen een voorproefje zijn voor wat ons te wachten staat, kunnen we ons borst natmaken…

In groep 7 mag je langs de deuren om kinderpostzegels te verkopen. Wat begon met frisse tegenzin (het moét dus is het per definitie niet leuk en dat heeft niets met de pubertijd te maken) veranderde al snel in kinderlijk enthousiasme. Zovéél mogelijk verkopen werd zijn doel. De buren, de buren van de buren, de straten in de omgeving, de opa’s en oma’s en zelfs de winkels om de hoek werden bezocht. Met resultaat, er pasten geen namen meer op zijn lijst.

De lijst volkrijgen was zijn doel. En daarmee werd het verkopen van kinderpostzegels leuk.

Een paar weken later was zijn schooltas niet te tillen zo zwaar. De kaarten en zegels waren gearriveerd. Klaar om te worden uitgedeeld. Maar daar is niets aan. Er is ook geen doel aan te koppelen om het leuk te maken. Dezelfde dag nog werden, onder lichte dwang, de enveloppen van de buren afgeleverd. De overige grote stapel werd op tafel gelegd. En bleef daar de rest van de dag liggen.

Op donderdag werd de stapel één envelopje lager. Opa en oma waren voorzien.

Op vrijdag gebeurde er niets met de stapel…

In een van mijn zeldzame opruimwoedes kwam ik de stapel op zaterdag weer tegen. Overdekt met kranten, papier en al het andere dat in een huishouden van Jan Steen zoal op tafel kan rondzwerven. ‘Niet nu, mag nog tot de 15e, geen zin en morgen.’ Dat was de strekking van zijn antwoord op de vraag wanneer hij van plan was de boel af te leveren.

En natuurlijk waren WIJ stom omdat hij pas naar opa mocht als de stapel niet minimaal gehalveerd zou worden. Huilen. Boos. Chagrijnig. Brutaal. We hebben het allemaal voorbij zien komen. En uiteindelijk heeft hij zijn jas aangetrokken, een stapeltje van tafel gegrist en de deur achter zich dichtgegooid.

Nu is het maandag. Zoonlief komt na schooltijd naar me toe. Hij verveelt zich. Ik kijk alleen maar naar het stapeltje niet-bezorgd en er ontstaat al een donkere wolk boven zijn hoofd. Nee echt, hij gaat zelfs op de grond liggen! Languit. En boos.

‘Niet nu! Nog even wachten, mam!’ Als ik hem vraag naar wat bij hem het woord ‘even’ betekent en wat hij in de periode die ‘even’ duurt wil doen, zegt hij doodleuk dat hij op zijn iPod spelletjes wil spelen.

Onder dreiging dat ik geen zin heb om deze discussie nóg een keer te voeren en dat ik geen andere oplossing zie dan maar de iPod van hem af te pakken, heeft hij bakzeil gehaald. Nu ligt er nog maar één envelop. Voor een vriendin van mij die aan de andere kant van het dorp woont. En die ga ik voor hem afleveren.

En de tiener zelf? Die ligt languit op de bank terwijl hij de eerste wijze woorden in deze discussie mompelt: ‘Mam, volgend jaar ga ik niet meer zoveel verkopen…’

Artikelen die algemeen zijn, of ingezonden zijn door lezers van ons, maar niet door een vaste blogger, die staan verzameld onder 'MamsatWork'.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top