Reisblog: ze geven elkaar de ruimte…

De ochtend breng ik door met schrijven in mijn hotel. Voor ik het weet is de ochtend voorbij en staat Jop op me te wachten. We lunchen en tijdens het eten bedenken we dat vandaag een uitstekende dag is om naar Xiaguan te gaan, de nabijgelegen stad waar ze de fluiten verkopen waarop de theemeester speelt, de fluiten die Jop zo prachtig vindt.

Met bus 8 vertrekken we vanuit Dali naar Xiaguan. Het werkt simpel, reizen met de bus. Je stopt anderhalve yuan (zo’n vijftien cent) in een busje bij de chauffeur en gaat zitten.  Na een half uur zijn we er. De stad blijkt behoorlijk groot te zijn en bijzonder drukbevolkt. We lopen naar een grote straat waar van alles gebeurt. Aan een zijde zijn winkels en pal tegenover de winkels, op de stoep maar ook bij de deuropeningen wordt druk gehandeld. Er staat en ligt van alles: van schoenen tot snuisterijen, sieraden, etenswaren maar ook hondjes en konijntjes. Die zijn in kleine bakjes bij elkaar gezet. Het lijkt de beestjes niet te deren. Rustig slapen ze tegen elkaar aan. Ik kijk mijn ogen uit en fotografeer een paar schattige kleine prinsjes. Kan dat gewoon niet laten: ze zien er allemaal even lief uit, hebben een 300 procent knuffelbaarheidsgehalte. Iets verderop is een pleintje waar echt van alles dwars door elkaar gebeurt. Er dendert keiharde housemuziek, blijkbaar wordt er op gedanst, maar ik zie niets want er staat een drom mensen om heen. Pal daarnaast danst een groepje ouderen op volksmuziek. Daarna passeren we een hele rij masseurs. Ze hebben het druk, bijna alles stoelen zijn bezet door mensen die heerlijk hun schouders en rug maar ook hun hoofd laten masseren. Er zitten handlezers, kruidendokters…. ik geniet. Dit vind ik fantastisch! Het is er ongelooflijk druk, vergelijkbaar met Amsterdam Centrum met Koninginnedag. Maar, er is geen sprake van chaos. Iedereen doet zijn ding en heeft precies die ruimte die hij nodig heeft. Of: geeft precies de ruimte aan de ander die nodig is. Het verbaast me hogelijk, hoe dat hier werkt.

Jop had al aangegeven dat als je een muziekinstrument wilt kopen, je naar een straat moet waar alle winkels zo’n beetje muziekinstrumenten verkopen. Zo steekt dat hier in elkaar: elke winkelstraat heeft zijn eigen specialiteit. We proberen te beredeneren hoe dat zo gekomen is. Zouden er van oudsher in elke straat meesters met gezellen van eenzelfde produkt hebben gewerkt? Alle schoenmakers bij elkaar? Alle kledingzaken? Ik zie ineens de straat in Dali voor me vol meubelmakerijen. Dat is een mooi voorbeeld van zoiets. Blijkbaar werkt het dus in elke stad en dorp hetzelfde, overal zijn gespecialiseerde straten.

Omdat we vermoeden dat we nog uren kunnen zoeken naar ‘de muziekinstrumentenstraat’  spreken we een djukdjuk-driver aan. Hij begrijpt hetgeen Jop hem vraagt en brengt ons in no time bij de juiste straat. We vinden onszelf weer erg geweldig: dat we dat zo snel en slim hebben gefixt.

In de tweede muziekwinkel is het raak. Daar worden de fluiten verkocht die Jop bedoelt. Hij bespeelt er een paar, het valt niet mee maar met wat hulp van de eigenaar – die zelf fluitist blijkt te zijn – haalt hij er al snel een mooi geluid uit. Na wat getwijfel kiest hij en onderhandelt naar goed Chinees gebruik een deel van de prijs af.

Op de terugweg schaf ik me nog een potje dagcreme aan en sta versteld van de naar verhouding hoge prijzen voor cosmetica. Zelfs naar Nederlandse maatstaven is 150 Yuan best veel (15 euro). Jop vertelt dat cosmetica gekocht wordt door mensen met goede banen in kantoren. Die verdienen best veel, haast vergelijkbaar met onze salarissen. Dus die kunnen duren spullen kopen. Even later passeren we een Apple-shop. Ik weet niet wat ik zie! Neem direct een paar foto’s als bewijs voor het thuisfront. In China kun je echt een Mac kopen! En een Ipad!! De prijzen blijken ook gelijk te zijn aan die van ons. Ik vraag me toch echt af wie hier in China zoiets kan kopen. Zeker als ik even later over de markt loop en mensen zie die echt arm moeten zijn. Ze wegen hun waar nog met een ouderwetse weegschaal, althans, met een staaf waaraan ze gewichten hangen. Geen geld voor een moderne weegschaal. Het verschil tussen enorm rijk en echt heel arm is toch wel zichtbaar aan het worden, vind ik. Jop en ik bespreken later hoe dat nu zit hier. Naar het schijnt verdienen de mensen in de land- en akkerbouw en de groenteboeren heel weinig omdat er een overschot aan groente is. Hun land verkopen en ander werk gaan doen, blijkt geen optie want voor dat land krijgen ze haast niks van de overheid. Ergo: je bent en blijft boer en moet kei- en keihard blijven werken terwijl je heel weinig verdient. Ook aan de verkoop van groenten (maar ook van fruit en rijst) verdien je dus geen jota. Anderzijds zie je mensen uit de grote steden in enorm dure auto’s rijden, stappen er goedgekapte, hooggehakte chicks uit in peperdure kleertjes, echt verwende nufjes. Die ook nog eens allemaal enigskind zijn, dus: de hele wereld draait om hen. Volgens Jop is te verwachten dat de nieuwe generatie Chinezen, beter opgeleid, allemaal verwend want enigstkind en beter verdienend of in elk geval materialistisch ingesteld, in opstand zullen komen tegen een overheid met zo’n grote regelende invloed.

Maar goed, Jop heeft de fluit. We bussen weer terug in bus nummer acht. Omdat ik op een bankje aan de zijkant zit, word ik af en toe gelanceerd. Ik neem het voor lief: ik houd enorm van dit soort ritjes. Lekker tussen de mensen, die zo heerlijk met elkaar kletsen en waar van alles gebeurt. Waar een hele schoolklas binnenstroomt, kletsen, snoepend en elkaar pestend. Heerlijk om naar te kijken. Zelf word ik ook bekeken. Twee overbuurvrouwen, zusters naar ik inschat, praten over me. Ik zie ze met elkaar smoezen en ze hebben het over mijn boezem, da’s duidelijk want eerst kijkt de een naar mijn voorsteven en zegt er iets over tegen de ander. Dan staren ze samen naar mijn gemoed en als ze merken dat ik glimlachend naar ze terugkijk, draaien ze snel hun hoofd weg en praten giechelend verder. Daarna kijken ze niet meer.

’s Avonds eten we in een enorm goed vegetarisch restaurant. Het eten is zo ontzettend mooi, met zorg opgemaakt (haast Japans, vind ik) en is zo fijn van smaak…. we genieten er enorm van en praten en praten weer. Na het eten nemen we afscheid van elkaar. Morgen weer een dag. Ik schuif mijn bedje in en tja… hetzelfde liedje als gisteren, alleen nu dendert er bonkende lounge naast ons hotel. Muziek waar ik over het algemeen best op gesteld ben, maar nu prop ik toch maar een paar oordopjes in. Helpt prima, ik slaap als een os.

Wil je de vorige verslagen van Ilse ook lezen? Kijk dan

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top