Schrijfwedstrijd: Moederliefde… door Karin van Versendaal

Het mes voelt koud, maar het bloed is warm. Haar bloed. Haar ogen kijken hem nog steeds vragend aan. Hij kan de vraag lezen, de vraag die de afgelopen jaren zo vaak door deze zelfde ogen aan hem is gesteld.

Wat heb ik verkeerd gedaan?

Ze zit al uren op de bank. Een boek ligt op haar schoot, maar haar ogen kijken nergens naar. Hij zit in haar hoofd en dan heeft kijken geen zin. Hij, haar oudste zoon. Zo’n lief klein kereltje, 20 jaar geleden. Hij wist iedereen om zich heen te vertederen, maar hij wilde alleen maar zijn mama.

Kom, ze moet iets gaan doen. Hier zitten denken over hoe het was al die jaren geleden, heeft geen zin. Het huishouden gaat door en er zijn nog twee anderen die haar moederliefde wel nodig hebben.

Het water is te heet, maar zij voelt het niet. Haar gedachten zijn niet bij de vaat, maar bij haar jongen. Haar jongen dien nu ergens door de regen loopt, zoekend naar zijn eerste shot van de dag.

Ze weet wat hij dagelijks doet. Ze weet het al jaren, maar ze weet niet waarom. Waarom is hij wat hij is? Een ordinaire junk, zoals haar jongste zijn oudere broer omschrijft. Zij zal hem nooit zo noemen. Ze kan hem niet afvallen. De anderen hebben dat wel gedaan. Uit zelfbehoud zeggen ze. Gelijk hebben ze, zij zou hem ook los moeten laten. Maar hoe? Kan iemand aan een moeder uitleggen hoe je de liefde voor je kind stopzet?

De regen druppelt van zijn jas. Het vieze haar plakt aan zijn gezicht, maar hij voelt zich gelukkig. De eerste hoeveelheid drugs voor vandaag heeft hem afgestompt voor de grauwe, natte wereld om hem heen. Hij ziet alleen zijn eigen gedachten. Zijn gedachten waarin hij warm en droog is, waarin hij geen verwijtende en boze blikken zijn kant op ziet komen. In zijn gedachten heeft hij een goed leven, een dak boven zijn hoofd, een vrouw en misschien wat kinderen. Hij is iemand.

Het spul werkt de laatste tijd slecht. Iedere dag vraagt zijn lichaam om meer zodat de fijne gedachten zijn realiteit blijven. Het zo gevreesde dieptepunt komt voor hem in zicht. Zijn gedachtenwereld vertoont barsten. De vrouw in zijn fantasiewereld is niet meer mooi en fantastisch zoals tijdens de eerste jaren.

Snel loopt hij door de koude regen, de warmte tegemoet. In de keuken brandt licht, het silhouet van zijn moeder doet de vaat. Ze maakt hem kwaad. Iedereen om hem heen heeft hem laten vallen, alleen zij doet dat niet. Ze snapt niet dat hij het moeilijk heeft omdat zij nog van hem houdt. Laat me los, ma! Schuldgevoel is niet met drugs te onderdrukken.

Niemand weet dat ze hem af en toe nog binnen laat. Een kop soep, een poging om antwoord te krijgen op zoveel vragen. Hij blijft nooit lang. Wat hij wil, kan ze hem niet geven. Geld geeft ze hem niet. Ze gaat hem niet helpen die smerige rotzooi te kunnen kopen. Wat eten en een extra deken zijn haar tekenen van liefde geworden. Vanochtend bleef hij een half uur. Lang genoeg voor haar om door te hebben dat het slecht met hem gaat. De gedachte aan zijn lege blik en zijn woedende houding maken haar verdrietig. Waarom ziet niemand dat loslaten zo makkelijk niet is? Er is geen knop ‘moederliefde aan-uit’. Was het maar zo. Het zou haar dagen dragelijk maken. Geen zorgen meer, geen zelfverwijten, alleen rust.

Hij had niet moeten gaan. Zittend aan de keukentafel, zijn handen warmend aan de heerlijk geurende kop soep van ma, valt de realiteit van zijn bestaan hard binnen. Ze doet haar best, maar zijn moeder kan de teleurstelling niet verbergen. Haar gedachten schallen door de keuken. Waarom nou jongen? Je vader en ik hebben toch ons best gedaan. Waar hebben we dit aan verdiend?

Hij heeft spijt van de belofte die hij haar deed.

“Kom je vanavond een warme maaltijd eten? Ik ben alleen thuis. Pa is werken en je broer en zus zijn allebei bij vrienden. Ik vind het altijd vervelend om voor mezelf te koken. Kom je?”

Hoe durfde ze! Hij wilde los, los van haar, van welke vorm van familie dan ook. Hij wilde verder met zijn eigen leven, wat daar nog van over was. Hij had wel ja gezegd, maar hij wist ook dat zijn moeder er geen vertrouwen in had. Zijn woord was nog nooit betrouwbaar geweest.

Ze voelde zich opgelucht, maar nerveus. In een opwelling had ze hem gevraagd te komen eten. Een dergelijk voorstel had ze al jaren niet meer gedaan. De onverwachte bezoekjes waren altijd van zijn kant uit gekomen. Ze voelde dat hij wilde dat dat zo zou blijven, maar toch had hij ja gezegd. Tuurlijk wist ze dat de kans groot was dat hij niet zou komen, maar vandaag ging ze alleen maar van het positieve uit. Want als hij wel zou komen dan waren ze een nieuwe weg ingeslagen. Zij zag het als een kans om het verleden te bespreken. Een kans om antwoorden te krijgen en om haar zoon te begrijpen. Ja, ze zou zorgen dat er vanavond niets mis zou gaan. Snel naar de winkel om de spullen in huis te halen waarmee ze zijn favoriete maal kon maken. Ze kon zich niet meer herinneren wanneer de laatste keer was dat ze samen hadden genoten van de echte Hollandse kost. Haar man en andere twee kinderen hielden er niet van en sinds haar oudste op straat zwierf, was er geen enkele stamppot meer door haar gemaakt. Vanavond zou ze hier weer van genieten, samen met haar verloren zoon.

Zijn gedachten stuiteren, zijn stuurloos. Hij kan haar niet geven wat ze wil. Ze zullen nooit meer het gezin worden waar zijn moeder na al die jaren toch nog op wacht. Vanavond zal hij haar duidelijk maken dat het afgelopen is met de ontmoetingen waar zij haar hoop uit put. Hij kan het niet meer opbrengen. Ze moet snappen dat het pijn doet om het leven te zien waar ook hij deel van uit had kunnen maken. Vanavond moet de laatste keer zijn dat hij zijn moeder ziet. Alleen zo kan hij verder leven met de keuzes die zijn leven en dat van zijn moeder uiteengerukt hebben.

Vanuit het keukenraam ziet ze hem komen. De opluchting is groot. Ze had niet verwacht dat hij op de uitnodiging in zou gaan. De eerste stap op weg naar een nieuwe toekomst is gezet. Een toekomst waar haar hele gezin in voorkomt. Haar jongen loopt langs het raam, ze maakt de deur voor hem open. “ Ha jongen, fijn dat je er bent.”

Het mes voelt koud, maar het bloed is warm. Haar bloed.Haar ogen kijken hem nog steeds vragend aan. Hij kan de vraag lezen, de vraag die de afgelopen jaren zo vaak door deze zelfde ogen aan hem is gesteld.

Wat heb ik verkeerd gedaan?

Nooit heeft hij de vraag beantwoord. Hij weet het wel; niets, alles.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here